Bestemmingsplan en wijzigingsbevoegdheid in relatie tot omgevingsvergunning

Ruimtelijke ordening
05-12-2013

Bij besluit van 26 februari 2013 heeft de deelraad van het stadsdeel Centrum van Amsterdam het bestemmingsplan "Westelijke Binnenstad" vastgesteld. In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.

Appellant sub 2 woont aan de [locatie 2]. Hij richt zich tegen de wijzigingsbevoegdheid voor de percelen Keizersgracht 15-17, waarmee in het ter plaatse gevestigde Hotel Sebastian’s een restaurant mogelijk wordt gemaakt. Volgens hem fungeert het beleid als bedoeld in de nota "Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015" ten onrechte als toetsingskader. Hiertoe stelt hij dat dit beleid vage begrippen bevat en dat dit beleid ook inhoudelijk niet deugt. Appellant sub 2 vreest verder dat een terras kan worden gerealiseerd in de tuin behorend bij Hotel Sebastian’s.

De deelraad heeft ter zitting toegelicht dat hij de wijzigingsbevoegdheid in artikel 14, lid 14.7.5, van de planregels enkel heeft opgenomen, zodat het dagelijks bestuur de planologische situatie in overeenstemming kan brengen met de situatie nadat die is vergund in een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, aanhef en onder a, onderdeel 3, van de Wabo. Gelet op deze toelichting en artikel 14, lid 14.7.5 van de planregels, stelt de Afdeling vast dat de beoordeling of een initiatief voor een restaurant in een groot hotel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening alvorens het plan te wijzigen aan de orde zal komen in het kader van een eventuele verlening van een omgevingsvergunning. In die procedure kan het op dat moment geldende horecabeleid aan de orde worden gesteld. Belanghebbenden kunnen tegen de verlening van een omgevingsvergunning zo nodig rechtsmiddelen aanwenden.

Voor zover appellant sub 2 betoogt dat het beleid als bedoeld in de nota "Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015" ten onrechte fungeert als toetsingskader bij een wijziging van het voorliggende plan met toepassing van artikel 14, lid 14.7.5, van de planregels, overweegt de Afdeling dat dit betoog - gelet op het voorgaande - niet kan worden gevolgd. De beroepsgronden dat het beleid in de nota vage begrippen bevat en ook inhoudelijk niet deugt, behoeven daarom geen bespreking.

Ten slotte mist het betoog dat moet worden gevreesd dat in de tuin behorend bij Hotel Sebastian’s een terras kan worden gerealiseerd feitelijke grondslag. Bedrijfsmatig gebruik van als "Tuin - 3" bestemde onbebouwde gronden, waaronder gebruik voor horecadoeleinden, is ingevolge artikel 19, lid 19.4.1, van de planregels niet toegestaan. Het beroep van appellant sub 2 is ongegrond.

Wetgeving: Wet ruimtelijke ordening; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Jurisprudentie: Afdeling bestuursrechtspraak 27 november 2013, zaaknummer 201303340/1/R1 (r.o. 4.4), uitspraak betreffende Bestemmingsplan en wijzigingsbevoegdheid in relatie tot omgevingsvergunning
Publicatiedatum 04-12-2013
Nummer 2013/702