Swipe to the left

Begrijpelijke taal

Print
Begrijpelijke taal
By mr. B.F.A. van Huijgevoort 13 maart 2019 755 keer bekeken Geen opmerkingen

Diverse leden van de Tweede Kamer willen dat rechters in hun uitspraken meer begrijpelijke taal gaan gebruiken en dat uitspraken worden geschreven op taalniveau B1 (Kamerstukken II, 2018-2019, 35 000 VI, nr. 58). Afgezien van de vraag of het aan de politiek is om zich te bemoeien met de wijze waarop rechters hun uitspraken inkleden, vormt deze wens voor mij aanleiding om een van die uitspraken onder de loep te nemen. Ik veronderstel daarbij dat de uitspraken waaraan ik heb meegewerkt niet aan dit taalniveau voldoen. Hierbij heb ik gekozen voor de – in mijn ogen toch wel – spraakmakende uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2017, nr. 16/00215, NTFR 2017/903, inzake de SNS Reaal-aandelen. Kort gezegd gaat deze uitspraak over de box 3-heffing over vermogen dat één maand na de peildatum (nagenoeg) geheel verloren ging. De Hoge Raad heeft de uitspraak – zij het met een reparatie – in stand gelaten, zie HR 6 april 2018, nr. 17/01852, NTFR 2018/857. Gelet op de lengte van de uitspraak heb ik ervoor gekozen mij te beperken tot de kern van de uitspraak. Volgens de website communicatierijk.nl staat taalniveau B1 voor eenvoudig Nederlands dat door de overgrote meerderheid van de bevolking wordt begrepen. Taalniveau B1 kenmerkt zich door het gebruik van veelvoorkomende woorden en korte, eenvoudige en actieve zinnen. De belangrijkste kenmerken van teksten op taalniveau B1 zijn volgens deze website: duidelijke titel en tussenkoppen, actieve schrijfstijl met voorbeelden, eenvoudige woorden die iedereen kent en korte en duidelijke zinnen.

1. Herschreven versie

Hierna volgt ‘mijn’ uitspraak zoals die er op taalniveau B1 uit zou kunnen zien. Om verwarring met de nummering van deze Opinie te voorkomen, zijn de onderdelen van de uitspraak vervangen door een andere nummering.

(i) De vaststaande feiten
De belastingplichtige, 77 jaar en alleenstaand, bezat op 1 januari 2013 aandelen B met een waarde van € 275.434. De belastingplichtige heeft deze aandelen in januari 2013 verkocht en heeft op 31 januari 2013 voor € 290.955 aandelen SNS Reaal gekocht. De overheid heeft één dag later (op 1 februari 2013) de aandelen SNS Reaal afgenomen. De overheid vindt dat deze aandelen geen waarde hebben. Aan de aandeelhouders zal daarom geen schadevergoeding worden betaald.
De belastingplichtige heeft een aangifte inkomstenbelasting 2013 ingediend. Het inkomen uit werk en woning (box 1) bestaat uit AOW (€ 11.627) en pensioen (€ 1.593). De belastingplichtige heeft in zijn aangifte bij inkomen uit sparen en beleggen (box 3) het cijfer ‘0’ ingevuld. Hij heeft geen rekening gehouden met de aandelen B.
De inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting 2013 wél rekening gehouden met de aandelen B en dus het box 3-inkomen verhoogd. De belastingplichtige heeft hierdoor geen recht meer op de huurtoeslag en heeft deze terug moeten betalen.

(ii) Waar het hier om gaat
Waar het hier om gaat, is hoe hoog de box 3-heffing is. De vraag is of de box 3-heffing in dit geval in strijd is met hoger, Europees recht. De belastingplichtige vindt van wel omdat er bij hem sprake is van een individuele en buitensporige last. Dit omdat de inspecteur geen rekening houdt met het afgenomen zijn van de aandelen SNS Reaal. Box 3-heffing over januari 2013 is volgens de belastingplichtige wél redelijk.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door mr. B.F.A. van Huijgevoort. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 11 van 14 maart 2019 (NTFR 2019/591).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht