Swipe to the left

De aangekondigde wijzingen in het verkeersstrafrecht: wild tales?

Print
De aangekondigde wijzingen in het verkeersstrafrecht: wild tales?
By 2 maanden geleden 2862 keer bekeken Geen opmerkingen

Begin augustus heeft er een fataal ongeluk plaatsgevonden circa 400 meter van ons kantoor vandaan. Het slachtoffer is een 35-jarige man, echtgenoot en vader van twee jonge kinderen. Hij is begin van de avond, binnen de bebouwde kom, op zijn fiets aangereden door een auto die vermoedelijk met hoge snelheid heeft gereden. Hoe snel de auto heeft gereden wordt nog onderzocht, maar bij remproeven die de politie die bewuste avond uitvoerde werd het geconstateerde remspoor (lees: 50 meter) niet gehaald. Hiermee is meteen de complexiteit van het verkeersstrafrecht gegeven. In het kader van de strafafdoening zijn ook wat noten te kraken.

Enerzijds zijn er verkeersongevallen waarbij iemand enkel handelde in een kort moment van onoplettendheid -de zogenoemde momentane onoplettendheid- waardoor hij of zij ongewild een (zeer) ernstig gevolg in het leven heeft geroepen. Een dergelijk ongeval zorgt voor veel leed bij het slachtoffer en zijn of haar naasten. De veroorzaker van het ongeval kan evenwel vanwege het besef van de fatale gevolgen van de verkeersfout of zijn eigen verwondingen eveneens zwaar onder het ongeval lijden.

Anderzijds zijn er gevallen waarbij iemand, zonder acht te slaan op de veiligheid van en risico’s voor een ander, zich volstrekt onverantwoordelijk in het verkeer gedraagt met al dan niet verstrekkende gevolgen. Binnen het verkeersstrafrecht is sprake van een zeer grote diversiteit aan zaken. Minister Blok van Veiligheid en Justitie probeert voormelde complexiteit en diversiteit aan zaken te ondervangen en tegemoet te komen aan de publieke opinie door de maximale strafmaat te verhogen voor een aantal ernstige verkeersdelicten. Het gaat om rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval, rijden zonder (geldig) rijbewijs en gevaarlijk rijgedrag zonder ernstige gevolgen. In het wetsvoorstel zal ook op een andere manier invulling worden gegeven aan het begrip roekeloosheid in de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: ‘WVW), zodat meer situaties onder dit begrip kunnen vallen.

Roekeloosheid
Roekeloosheid is een strafverzwarende omstandigheid en vindt zijn grondslag in artikel 175 lid 2 WVW. Het is de zwaarste vorm van schuld. Bij bewezenverklaring van roekeloos rijgedrag als gevolg waarvan een ernstig verkeersongeval is ontstaan, leidt dat tot aanzienlijk hogere straffen. De vraag is wanneer echter sprake is van roekeloosheid in het verkeer. In een drietal arresten heeft de Hoge Raad uiteengezet wat onder roekeloosheid moet worden verstaan. Het gaat om de volgende arresten: HR 3 juli 2012, LJN BW4254, NJ 2012, 489 m.nt. F.W. Bleichrodt en HR 4 december 2012, LJN BY2823, NJ 2013, 16 en HR 22 mei 2012, LJN BU2016, NJ 2012, 488.

In zijn conclusie bij het arrest HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:962 heeft de A-G mr. Harteveld invulling proberen te geven aan wat onder roekeloosheid moet worden verstaan (conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:654). De A-G stelt allereerst vast dat er veel onduidelijkheid heerst over wat onder roekeloosheid moet worden verstaan en concludeert: “Door de genoemde drie arresten van de Hoge Raad bestaat inmiddels breed de notie dat de feitenrechter ‘niet te gemakkelijk’ roekeloosheid mag aannemen maar een nadere invulling en afgrenzing van de roekeloosheid is nog niet overtuigend in beeld gekomen.” In dat licht dient dan ook het aangekondigde wetsvoorstel ter zake van het begrip roekeloosheid te worden geïnterpreteerd. Tot slot wenst minister Blok het mogelijk maken dat de politie meer opsporingsbevoegdheden krijgt in situaties waarin bestuurders zijn doorgereden na een ernstig ongeval met letsel of erger tot gevolg.

Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen
Zoals bekend is er over de straftoemeting in een aantal concrete verkeerszaken veel maatschappelijke en politieke discussie geweest. Er was echter geen breed gedragen beeld van de straftoemeting bij de bestraffing van deze delicten beschikbaar. De vraag of de straftoemeting in (ernstige) verkeerszaken in algemene zin passend is kon niet worden beantwoord. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft derhalve de Rijksuniversiteit Grondingen (RUG) de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten. Het onderzoek heeft een rapport opgeleverd van meer dan 400 pagina’s. Men heeft niet enkel gekeken naar de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten, maar ook naar verschillen in de strafeis en de strafoplegging en eventuele verschillen tussen de straftoemeting bij verkeersdelicten en andere vergelijkbare delicten. Ook is gevraagd te onderzoeken of experts de strafmaat als adequaat beoordelen. Voorts moest worden onderzocht of er knelpunten van juridische of praktische aard zijn bij de afdoening van ernstige verkeersdelicten. Het onderzoek bestond uit een analyse van 314 ernstige verkeerszaken. Daarnaast zijn twintig experts vanuit de kringen van het Openbaar Ministerie, de rechtspraak, de advocatuur en wetenschap geïnterviewd.

In dezelfde periode is door Intervict (Tilburg University) in opdracht van Fonds Slachtofferhulp een tweede onderzoek uitgevoerd en dat betrekking heeft op de vraag hoe slachtoffers van verkeersdelicten de (uitkomst van de) strafprocedure en de procedure ter verkrijging van schadevergoeding ervaren. De relevante resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen in het onderzoek van de RUG. Voor de liefhebbers onder ons is het rapport van Intervict te lezen op de website van Fonds Slachtofferhulp.

Resultaten onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en aanbevelingen
Uit het onderzoek blijkt o.a. dat de straftoemeting in zijn algemeenheid in belangrijke mate wordt bepaald door de bewezenverklaring van opzet (op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel) dan wel schuld (aan het ongeval en –indirect– de dood of zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer), alsmede de ernst van de gevolgen. Geconcludeerd wordt dat naarmate de ernst van de verkeersfout en de ernst van het letsel toenemen, ook de duur van de straf en de zwaarte van de gekozen strafmodaliteit toenemen. Voor zover niets nieuws onder de zon.

Verrassend is –ondanks de publieke opinie – het algemene beeld van de geïnterviewde experts dat het strafniveau zoals uit het onderzoek blijkt over het geheel genomen adequaat is! Kritiek is er vooral op het lage bestraffingsniveau bij een aantal specifieke (verschijningsvormen van) ernstige verkeersdelicten. Zo is er een ‘strafgat’ geconstateerd tussen artikel 5 en artikel 6 WVW. Voorts wordt volgens deze experts het doorrijden na een ongeval (met letsel), het rijden onder invloed en het rijden tijdens een rijontzegging te laag gestraft. De onderzoekers bevelen dan ook aan om het wettelijke strafmaximum voor voornoemde delicten te verhogen.

In het onderzoek is ook aandacht besteed aan de verhouding tussen het bestuursrecht en het strafrecht in verkeerszaken. De geïnterviewde experts concluderen dat de verhouding tussen het strafrechtelijke en het bestuursrechtelijke sanctiestelsel als een knelpunt wordt ervaren. Onwenselijke samenloop tussen bestuurs –en strafrecht in verkeerszaken moet voorkomen worden. Een spraakmakend voorbeeld is het arrest van de Hoge Raad inzake het alcoholslotprogramma.

Op het vlak van de roekeloosheid concluderen de onderzoekers van de RUG dat sprake is van een juridisch knelpunt omdat de Hoge Raad strengere eisen stelt aan het bewijs van roekeloosheid. Slechts in uitzonderlijke gevallen –zoals snelheidswedstrijden, kat-en-muisspellen of koste wat kost vluchten voor de politie –kan roekeloosheid bewezen worden verklaard. Uit het onderzoek blijkt verder dat het merendeel van de zaken, waarin roekeloosheid door het gerechtshof is aangenomen, door de Hoge Raad zijn gecasseerd. En dat vervolgens na verwijzing door de gerechtshoven schuld, niet bestaande in roekeloosheid, bewezen is verklaard. Vrijwel in alle gevallen heeft dit geleid tot een lagere straf. De onderzoekers hebben ook mogelijke verklaringen voor de rechtspraak van de Hoge Raad opgesomd, alsmede mogelijke aanpassingen van de strafbaarstelling voorgesteld. Meest ingrijpend is het voorstel om een artikel 5a WVW in te voeren waarin zeer gevaarlijk rijgedrag wordt omschreven en als misdrijf strafbaar gesteld. Het voorstel is om dat gedrag dat deze delictsomschrijving vervult als roekeloos aan te merken als het tot ernstige gevolgen leidt.

Tot slot is in het onderzoek expliciet onderzoek besteed aan opsporingsbevoegdheden bij doorrijden na een ongeval. Het blijkt dat de ter beschikking staande opsporingsbevoegdheden bij het doorrijden na een ongeval, met name door de politie, worden ervaren als een knelpunt. Het (huidige) strafmaximum op het doorrijden na een ongeval brengt met zich dat een aantal bevoegdheden tot opsporing bij verdenking van dit misdrijf niet kunnen worden toegepast, zoals het aanhouden buiten heterdaad en het vorderen van camerabeelden. Bij samenloop met een ander delict, zoals artikel 6 WVW, zijn voornoemde bevoegdheden beschikbaar. Dit is niet altijd een uitgemaakte zaak, nader onderzoek naar een eventuele samenloop is van belang. Alsdan wordt opsporing in gevallen buiten heterdaad lastig(er), terwijl de rechtsorde ernstig is geschokt en er sprake is van grote maatschappelijke onrust in zaken van doorrijden na een ongeval met letsel. De aanbeveling van de onderzoekers laat zich dan ook raden. Bij dit laatste onderdeel moesten wij denken aan een Argentijnse film die wij onlangs hebben bekeken, getiteld Relatos Salvajec (Wild Tales). Wij permitteren ons de vrijheid om u deze film aan te raden. Om dit kijkadvies kracht bij te zetten wordt opgemerkt dat deze film in 2015 een kans maakte op een Oscar voor beste niet-Engelstalige film.

Wij gaan uiteraard niet afsluiten met een filmsuggestie. Het is goed dat onderzoek is gedaan naar het huidige verkeersstrafrecht. Dat willen wij graag vooropstellen. Ons inziens helpt het alleen niet om de wetgever aan te sporen tot het verder verhogen van straffen voor verkeersdelicten. Daarmee is tussen de (indirect) betrokkenen bij verkeersongevallen voor zover mogelijk nog niets ‘hersteld’. Het aantal verkeersslachtoffers zal er bovendien bij het verder verhogen van strafmaxima vast niet minder door worden. Daarvoor kan onze minister beter extra mankracht bij de politie inzetten om de zogeheten gevoelsmatige of subjectieve pakkans te vergroten want die is minimaal.