Swipe to the left

De beperkte vrije ruimte van de werkkostenregeling

Print
De beperkte vrije ruimte van de werkkostenregeling
By mr. J.P. van ’t Hof en drs. O.C. Kremers 5 maanden geleden 1344 keer bekeken Geen opmerkingen

De werkkostenregeling (WKR) is inmiddels gemeengoed en wordt sinds drie jaar door inhoudingsplichtigen toegepast. Al blijkt uit onderzoek dat een groot aantal inhoudingsplichtigen nog steeds niet van de WKR heeft gehoord. En dat terwijl de eerste echte WKR-procedure in volle gang is.

1. Vereenvoudiging

De werkkostenregeling is in 2011 ingevoerd om het makkelijker te maken. Het oude regime kende veel vrijstellingen (29, volgens de wetgever) en een groeiend aantal regels op detailniveau. Ook de vereiste vastlegging op individueel niveau van de werknemer werd door werkgevers volgens het Ministerie van Financiën als een zware administratieve last ervaren. De toenmalige staatssecretaris De Jager verkondigde met trots op de televisie dat we van al die regels af wilden, dat bijvoorbeeld niemand erop zat te wachten om met een meetlat te verifiëren of het logo op bedrijfskleding aan de fiscale grens van 70 cm2 voldeed. Achteraf bleek dit misschien niet het beste voorbeeld. Blijkbaar was de grens van 70 cm2 wel een duidelijke grens om te kunnen stellen of de bedrijfskleding onbelast ter beschikking kon worden gesteld. Uiteindelijk zijn veel vrijstellingen onder de WKR blijven bestaan. Voor de afgeschafte vrijstellingen kan de inhoudingsplichtige de vrije ruimte gebruiken. Dat klinkt als een vereenvoudiging, maar in de praktijk wordt dat niet door iedereen zo ervaren. En dat zou best weleens veroorzaakt kunnen zijn door de intrede van een aantal nieuwe begrippen, zoals ‘werkplek’, ‘noodzakelijkheidscriterium’ en ‘gebruikelijkheidscriterium’. Nieuwe begrippen leiden tot onduidelijkheden waarbij de jurisprudentie verduidelijking moet geven.

2. Eerste lopende WKR-procedure

Over het gebruikelijkheidscriterium loopt nu de eerste procedure en daaruit blijkt wel dat er veel onduidelijk is. Rechtbank Noord-Holland en Hof Amsterdam spreken elkaar volledig tegen. De casus is als volgt. Een werkgever heeft een aandelenplan op grond waarvan directieleden gratis aandelen kunnen krijgen. Daarbij komen alle belastinggevolgen voor rekening van de werkgever. In de periode dat de werkgever geen WKR toepaste, werd de waarde van de aandelen gebruteerd tegen 108,3%. Sinds 2012 paste de werkgever de WKR toe. In 2012 en 2013 heeft deze werkgever de nettowaarde van de gratis aandelen in de vrije ruimte van de WKR ondergebracht. Vanwege een overschrijding van de vrije ruimte heeft de werkgever een bedrag aan eindheffing aangegeven op basis van het 80%-tarief. De vraag is of de aandelen in de vrije ruimte van de WKR kunnen worden ondergebracht. De rechtbank vindt van wel, het hof vindt van niet.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door mr. J.P. van ’t Hof en drs. O.C. Kremers. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR 20 van 17 mei 2018 (NTFR 2018/1140).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht