Swipe to the left

De (blauwe) Politierechter

Print
De (blauwe) Politierechter
By 13 december 2018 14006 keer bekeken 1 comment

De zaak Mitch Henriquez zal bij velen van ons een bepaalde reactie ontlokken. Wij moeten al bij het opstellen van voornoemde zin terugdenken aan de beelden die zijn verspreid na de aanhouding van Mitch Henriquez, die vlak na de aanhouding is overleden. Feit is dat twee agenten uiteindelijk zijn vervolgd en op 21 december 2017 zijn veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden voor mishandeling die de dood van Henriquez tot gevolg heeft gehad (Rechtbank Den Haag 21 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15095 en ECLI:NL:RBDHA:2017:15096). Hiertegen is appèl ingesteld en het Gerechtshof Den Haag startte op 20 november 2018 met het hoger beroep in deze strafzaak. Begin april 2019 start (vermoedelijk) de inhoudelijke behandeling.

Buiten de rechtszaal om heeft de zaak van Mitch Henriquez ook het een en ander in beweging gebracht.

Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar

De wetgevende macht heeft niet stilgezeten en kwam met het Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar. Het wetsvoorstel geeft invulling aan de bijzondere positie van opsporingsambtenaren die in de uitoefening van hun taak geweld hebben gebruikt, door deze een aparte plaats te geven in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering.

In de eerste plaats wordt voorgesteld een specifieke strafuitsluitingsgrond op te nemen voor opsporingsambtenaren die geweld hebben toegepast in de rechtmatige uitoefening van hun taak en daarbij hebben gehandeld overeenkomstig de geldende regels. Daarbij kan in het bijzonder gedacht worden aan de Ambtsinstructie die geldt voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Concreet wordt voorgesteld om aan artikel 42 Sr een tweede lid toe te voegen, met daarin een bijzondere strafuitsluitingsgrond voor “de ambtenaar die in de rechtmatige uitoefening van zijn taak en in overeenstemming met zijn geweldsinstructie geweld gebruikt.”

In de tweede plaats voorziet het wetsvoorstel in strafbaarstelling van de ambtenaar aan wie de bevoegdheid is toegekend om geweld te gebruiken en aan wiens schuld te wijten is dat hij de geweldsinstructie heeft geschonden in geval letsel of de dood het gevolg is geweest. Dit omdat de bestaande delictsomschrijvingen (zoals bijvoorbeeld doodslag en mishandeling) niet zijn toegespitst op situaties waarin een opsporingsambtenaar handelt ter uitoefening van de taak waarmee hij is belast.

Het derde onderdeel van het wetsvoorstel betreft de invoering van het feitenonderzoek. Voorgesteld wordt in het Wetboek van Strafvordering een wettelijk kader op te nemen waarbinnen, met toepassing van opsporingsbevoegdheden, onderzoek kan worden gedaan naar gebruik van geweld door een opsporingsambtenaar zonder dat de betrokken opsporingsambtenaar als verdachte van een strafbaar feit wordt aangemerkt. Aan de betrokken opsporingsambtenaar worden wel de rechten van een verdachte toegekend.

Wij zullen thans niet (opnieuw) inhoudelijk ingaan op de (door-)werking van het wetsvoorstel en volstaan met de verwijzing naar het advies van de adviescommissie strafrecht van de NOvA d.d. 16 juni 2016, waarin inhoudelijk wordt ingegaan op de drie onderdelen van het wetsvoorstel. Kortgezegd bevat het wetsvoorstel een oplossing voor niet-bestaande problemen en verdraagt het wetsvoorstel zich zeer slecht met de inspanningen om te komen tot een herzien, opnieuw gesystematiseerd Wetboek van Strafvordering (zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-795055).

In het regeerakkoord zijn de regeringspartijen nader ingegaan op voornoemd wetsvoorstel:
''In zaken waarin politiemensen zich voor de rechter moeten verantwoorden voor het aanwenden van geweld, worden deze zaken snel en deskundig behandeld door één daartoe aangewezen bestaande rechtbank.''

Oorspronkelijk voorstel van de SMV

In november 2017 bracht de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) een advies uit om voor de politie een aparte rechtbank in te stellen. Aanleiding was de vorenstaande paassage uit het regeerakkoord.

In het oorspronkelijke voorstel stelde de SMV voor om, naar analogie van de militaire strafrechtspraak, bij een aangewezen rechtbank een meervoudige politiekamer te vormen voor strafzaken ten aanzien van het gebruik van geweld door politiemensen. In deze meervoudige politiekamer zouden rechters met politiële expertise zitting moeten hebben. Met dit voorstel kwam de SMV tegemoet aan het verlangen van politiemensen dat er bij toetsing en beoordeling van het gebruik van geweld recht wordt gedaan aan de bijzondere positie die zij in onze samenleving innemen.

De SMV stelde voor de samenstelling van de meervoudige politiekamer naar analogie van de militaire strafrechtspraak in te delen, namelijk door twee leden van de rechterlijke macht die ook zitting kunnen hebben in de reguliere kamers van de rechtbank én een jurist die werkzaam is bij de politie plaats te laten nemen. Daarnaast achtte de SMV het noodzakelijk om een ‘bureau verbindingsofficier politie’ onder te brengen.

Herziening voorstel door de SMV

Het oorspronkelijke voorstel heeft uit verschillende hoeken van de maatschappij commentaar c.q. kritiek gekregen, waardoor de SMV was genoodzaakt het voorstel te herzien. In het huidige voorstel doet de SMV kortgezegd afstand van de vereiste politiële deskundigheid van de zittende magistratuur. Per slot van rekening zal een slager die zijn eigen vlees keurt weinig vertrouwen wekken; vooral in beladen zaken zoals die van Mitch Henriquez, waarbij de publieke opinie welhaast een juryrechtspraak forceert.

De SMV acht het thans noodzakelijk dat voor alle strafzaken (overtredingen inbegrepen) tegen politiemensen een aparte strafkamer wordt aangewezen.

Nota van wijziging Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar

Het regeerakkoord en daarmee ook het (uiteindelijke) voorstel van de SMV heeft ertoe geleid dat de huidige Minister van Justitie en Veiligheid, prof. mr. Grapperhaus, een nota van wijziging heeft opgesteld. Deze nota van wijziging voegt een concentratiebepaling toe aan het Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar. Voorgesteld wordt om zaken tegen opsporingsambtenaren, die in hun functie geweld hebben gebruikt, voortaan te concentreren bij de Rechtbank Midden-Nederland. Ook dit voornemen stuit op weerstand uit alle hoeken van het (rechts-)systeem. Zowel de Raad voor de Rechtspraak, als het Openbaar Ministerie menen dat een concentratie van rechtsmacht in ‘politiezaken’ niet noodzakelijk c.q. gerechtvaardigd is, omdat een bijzondere rechterlijke expertise niet is geboden. De Afdeling advisering van de Raad van State is in feite dezelfde mening toegedaan. De argumenten om de concentratie te rechtvaardigen zijn door de Afdeling te licht bevonden en gelet daarop heeft de Afdeling geadviseerd af te zien van de voorgestelde concentratie.

De NOvA is met betrekking tot het ‘concentratievoornemen’ (nog) niet tot advisering verzocht. Wij zullen niet voor onze beurt willen spreken, behalve dan dat wij weinig voelen voor het toekennen van een exclusieve bevoegdheid aan de Rechtbank Midden-Nederland om zaken te behandelen waarin politiemensen zich voor de rechter moeten verantwoorden voor het gebruik van geweld. De Politierechter (of de meervoudige Strafkamer) is er per slot van rekening voor ons allemaal, waar ook in het land. Een omzeiling van dit uitgangspunt door het zogenoemde ‘concentratievoornemen’ kan bovendien de publieke opinie en meer concreet het vertrouwen in het rechtssysteem ondermijnen. Men kan een dergelijke concentratie aanmerken als een voorkeursbehandeling voor de politie, in een tijd waar politiemensen, maar ook rechters onder een vergrootglas liggen!

Meer blogs lezen van Mehmet Özsüren en Alrik de Haas?

Posted in: Strafrecht
J.S. Dallinga 15 december 2018 at 14:00
Jammer dat er in dit artikel een link wordt gelegd tussen de zaak Mitch Henriquez en het wetsvoorstel. Zo wordt de suggestie gewekt dat het één iets met het ander te maken heeft, terwijl daarvan geen sprake is.