Swipe to the left

De cijfers van de Hoge Raad zijn binnen!

Print
De cijfers van de Hoge Raad zijn binnen!
By 1 mei 2019 5077 keer bekeken Geen opmerkingen

Het jaarverslag van de Hoge Raad geeft altijd veel (cijfermatige) inzichten in hetgeen zich op het Korte Voorhout allemaal afspeelt. Aan de hand van de cijfers licht ik twee punten toe.

Verwachtingen

Het eerste punt is de planning van de Hoge Raad zelf over het aantal verwachte strafzaken. De Hoge Raad verwachtte over 2018 4500 zaken binnen te krijgen, waarvan 2555 met middelen (net iets minder dan 57%). Het werden er uiteindelijk 4145, waarvan 2538 zaken met middelen (net iets meer dan 61%). Aan de hand van de verwachtingen van de Hoge Raad had niet in 2538 zaken een schriftuur moeten worden ingediend, maar slechts 2353. Kennelijk is de strafadvocatuur (nog) iets opgewekter over de potentiële kansen in cassatie dan de Hoge Raad denkt dat de balie is (over die winstkansen weet de Hoge Raad immers wel beter). Toch kwamen er uiteindelijk 17 schrifturen minder binnen dan waarop de Hoge Raad had gerekend. Dat is weer wat extra tijd voor de rechtsontwikkeling, de rechtseenheid en – vooruit – de rechtsbescherming.

Slagingspercentages

Het tweede punt zijn het slagingspercentage van cassatiepogingen en de (on)gemotiveerde afdoening daarvan. In 2018 waren er 2603 zaken waarin middelen werden ingediend. 218 zaken leidden tot vernietiging en terug- of verwijzing (in 161 zaken werd de uitspraak wel deels vernietigd, maar deed de Hoge Raad de zaak zelf af; dit betrof vooral kwesties aangaande strafvermindering door overschrijding van de redelijke termijn in cassatie). Het aantal geslaagde cassatieberoepen na een ingediende schriftuur bleef solide op net iets meer dan 8% (2016: 8,6%, 2017: 8,4% en 2018: 8,4%).

In totaal werden 731 zaken met een uitgebreide motivering afgedaan (dat is 28% van de zaken met schriftuur). 1475 zaken werden afgedaan op de voet van artikel 80a RO (dat is 57%) en nog eens 397 zaken via artikel 81 RO (dat is 15%). Over deze cijfers mag de straf-cassatieadvocatuur zich achter de oren krabben (of de Hoge Raad, natuurlijk). De cijfers over 2018 laten min of meer hetzelfde beeld zien over de verhouding inhoudelijk gemotiveerde uitspraken en verkort gemotiveerde afdoeningen. In 2016 was de score in dat opzicht nog ietsjes slechter. Toen werd maar in 25% van de zaken met middelen een uitgebreide(re) uitleg gegeven. Het aantal 80a–tjes was toen 63% (en reken het aantal 81-ers zelf maar uit). In 2017 was het percentage uitgebreide motiveringen 28%, waarbij het verkort gemotiveerde restant was verdeeld over 58% 80a en 14% 81. Bijna driekwart van de zaken met een schriftuur wordt derhalve verkort afgedaan. Doordat meer zaken de laatste jaren in ieder geval de ontvankelijkheidsdrempel halen, valt nu weer wat vaker via de conclusie ten minste nog te lezen waarom cassatie achterwege lijkt te blijven (en kan strafkorting worden verkregen wegens schending van de redelijke (inzending)termijn). Maar het houdt natuurlijk niet over.

Conclusie

De slotsom is namelijk dat de strafcassatieadvocatuur net iets meer middelen indient dan de Hoge Raad verwacht. Kennelijk is niet geschoten nog altijd mis. De kans van slagen is de afgelopen jaren constant gebleven op 8%. Dat betekent dat in slechts 1 op de 12,5 strafzaken, cassatie iets wezenlijks uithaalt. Dat zijn toch deprimerende cijfers – maar dan ligt het er wel aan voor wie je bent natuurlijk.

Meer blogs lezen van Joost Nan?


Posted in: Strafrecht