Swipe to the left

DNA zegt ook niet altijd alles

Print
DNA zegt ook niet altijd alles
By 3 maanden geleden 2605 keer bekeken Geen opmerkingen

In tal van strafzaken speelt DNA een grote rol, zeker wanneer er een match met de verdachte is. De aanwezigheid van DNA van de verdachte op de plaats-delict, op een (verplaatsbaar) voorwerp op een plaats-delict of op een voorwerp dat in verband staat tot een strafbaar feit levert vrij snel ernstige bezwaren en onder omstandigheden ook een veroordeling op. Bij het aantreffen van DNA verschuift de aandacht dan vooral naar de vraag of de verdachte een verklaring heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA.

Risico’s zwijgen over aanwezigheid DNA op corpus delicti
Door geen verklaring te geven over de aanwezigheid van het DNA loop je als verdachte het risico dat je zwijgen tegen je kan worden gebruikt in het licht van de Murray-jurisprudentie. Wanneer je als verdachte wel een verklaring aflegt zal de rechter kritisch zijn over de (on)aannemelijkheid en de (on)geloofwaardigheid van die verklaring.

Een voorbeeld uit de praktijk
In één van mijn eigen zaken ging het laatst om het medeplegen witwassen van circa drie miljoen euro. Dit geldbedrag was in zes banden in een autogarage verstopt geweest. Een deel van het geld zat gebundeld in doodgewone boterhamzakjes. Op een van die boterhamzakjes is het DNA (een mengprofiel) van mijn cliënt aangetroffen, die ontkende wetenschap te hebben gehad van de aanwezigheid van het geld in de banden. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat er in de garage waar hij ook werkte gezamenlijk werd gegeten en hij mogelijk een boterhamzakje heeft aangeraakt, dat later is gebruikt om geld in te stoppen. Die verklaring achtte de rechtbank echter volstrekt ongeloofwaardig. Het leek mij een plausibele verklaring, die niet dusdanig onaannemelijk is dat het als volstrekt ongeloofwaardig dient te worden aangemerkt, maar kennelijk dacht de rechtbank daar anders over.

Een plantenkweker en een liquidatie van de broer van een kroongetuige
Een paar weken geleden kopte Het Parool met ‘Plantenkweker duikt op in liquidatie broer kroongetuige’ (https://www.parool.nl/amsterdam/lierse-plantenkweker-duikt-op-in-liquidatie-broer-kroongetuige~a4588963/). Het DNA van de verdachte, een directeur van een plantenkwekerij uit de Lier was aangetroffen op één van de twee wapens die in de vluchtauto van Shurandy S. (vermoedelijke schutter) is aangetroffen. Verrassender was het bericht van een paar weken later in dezelfde krant dat het Openbaar Ministerie de plantenkweker niet meer als verdachte bij de moord op de broer van de kroongetuige beschouwt (https://www.parool.nl/amsterdam/plantenkweker-geen-verdachte-meer-moord-broer-kroongetuige~a4589549/). Ondanks de aanwezigheid van zijn DNA op een vuurwapen, dat in verband gebracht wordt met een moord, ziet het Openbaar Ministerie hem niet meer als verdachte. Waarom niet? Welke verklaring heeft deze verdachte voor het aantreffen van zijn DNA op het wapen gegeven waardoor politie en justitie menen dat hij verdachte af is?

De verklaring van de plantenkweker is volgens de media als volgt: medio maart (en dus voor de liquidatie op de broer van de kroongetuige) zou hij hulp hebben geboden aan een inzittende van een auto die de sloot inreed vlakbij zijn bedrijf. Diegene sloeg daarna op de vlucht en is later kennelijk aangehouden. Kennelijk zou hij zo zijn DNA op één van de twee later aangetroffen wapens hebben achtergelaten. De exacte politieverklaring van de plantenkweker is mij niet bekend maar deze verklaring die in de media is beland is zo op zijn zachtst gezegd toch niet direct een sluitende verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA op dat wapen. Het lijkt er veel meer op dat deze plantenkweker in het onderzoek naar deze liquidatie een vreemde eend in de bijt was en niet paste in het plaatje van de reeds aangehouden verdachten en hij daarom makkelijker geloofd is geworden. Als de plantenkweker een verdachte was met een Green Gang achtergrond (net als Shurandy S.) was hij dan met deze verklaring ook verdachte af geweest? Ik vrees van niet.

Conclusie
Het goede nieuws is wel dat dit voorbeeld exemplarisch is voor hoe om te gaan met DNA-bewijs in strafzaken. Officieren presenteren dergelijke zaken als ronde zaken, dat DNA-bewijs hard bewijs is waar weinig tegenin valt te brengen. Rechters zijn – in mijn visie – vaak geneigd om mee te gaan in die voorstelling van zaken, zeker in de fase van de voorlopige hechtenis. Terwijl dit geval ook kan aantonen dat wij in strafzaken ons niet blind moeten staren op DNA-bewijs.

Posted in: Strafrecht