Swipe to the left

Don’t go breaking my heart: drie hartverscheurende ‘crimes of passion’ onder de loep

Print
Don’t go breaking my heart: drie hartverscheurende ‘crimes of passion’ onder de loep

Bijna iedereen heeft wel eens last gehad van liefdesverdriet. Net als Bridget Jones kruipen wij vrouwen, na een mislukte relatie het liefst op de bank met een grote bak Ben & Jerry’s en een reep chocola. Maar wisten jullie dat liefdesverdriet mensen ook kan drijven tot pure wanhoop? Zo wanhopig, dat zij hun geliefde of de rivaal in de liefde iets aandoen? Men spreekt in dat geval over het plegen van een ‘crime passionnel’. In Nederland zijn er in, in vergelijking met het buitenland, relatief weinig Nederlandse strafzaken in de media gekomen waarbij er sprake is van een ‘crime of passion’. Reden genoeg om op Valentijnsdag een blog te publiceren over drie recente Nederlandse strafzaken die in het teken staan van een tragische ‘crime of passion’.

1. De moord op de minnares: overspel maakt onbemind

Al vier jaar lang heeft verdachte een relatie met haar vriend, wanneer zij erachter komt dat haar vriend overspelig is met het slachtoffer. In de loop van de tijd ontstaat er een verregaande obsessionele gedachte rondom het redden van haar relatie en het leed en onrecht dat haar hierin is aangedaan. Ze besluit het heft in eigen handen te nemen en belt op 2 oktober 2010 aan bij de deur van de minnares van haar vriend. Het slachtoffer doet open en er ontstaat een heftige worsteling tussen verdachte en het slachtoffer.

Twee schreeuwende vrouwen

De buurman van het slachtoffer komt af op het geschreeuw van verdachte en het slachtoffer. Ze komen uit de woning van het slachtoffer rollen. Slachtoffer roept om hulp, waarna de buurman zijn vriendin alarmeert en de politie belt. Eenmaal terug gekomen bij de betreffende woning, is het te laat. De deur zit dicht. Nadat hij het telefoongesprek met de politie heeft beëindigd, is het doodstil in de woning van het slachtoffer.

Bevindingen

Een paar minuten later komt de politie aan. Ze zien het slachtoffer met haar buik op de grond liggen, liggend in een plas bloed. Wanneer ze haar omdraaien, zien ze dat het slachtoffer diverse messteken in haar bovenlichaam heeft. Een hartslag ontbreekt. Eén van de politieagenten merkt op dat er een raam open staat. Wanneer hij zijn hoofd door het raam steekt, ziet hij de verdachte ineengedoken op een brede betonnen richel zitten, waarna ze wordt aangehouden.

De messen en de rugzak

Gedurende het onderzoek is de rugzak van de verdachte veilig gesteld en onderzocht. In de rugtassen worden een verfrommelde broek en een aantal messen aangetroffen. Op alle voorwerpen is bloed aangetroffen.

Duister plan inclusief vermomming

Verdachte legt een bekennende verklaring af bij de politie. Ze verklaart dat ze een aantal dagen voor de dood van het slachtoffer na begint te denken over haar duistere plan. Ze doet op het internet een zoekslag naar mogelijke vermommingen. Op 2 oktober 2010 doet ze een pruik op en pakt haar rugzak (met de messen) in en gaat op pad richting het slachtoffer. Het slachtoffer opent de deur en er ontstaat een worsteling. Verdachte weet het slachtoffer naar binnen te werken en begint meerdere malen op het slachtoffer in te steken. Als ze zich niet meer verweert, sleept ze het lichaam naar de woonkamer. Daar blies het slachtoffer haar laatste adem uit.

Schuldig aan moord

De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord en veroordeelt haar tot 12 jaar gevangenisstraf. Daarnaast is tbs met bevel tot verpleging van overheidswege gelast (Rechtbank ’s-Hertogenbosch 21 september 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT2064).

Voorbedachte raad?

In hoger beroep en cassatie draait het om de vraag of er sprake is van ‘voorbedachte raad’ in de zin van art. 289 Sr. Met andere woorden: bestond er een plan/voornemen en zo ja, wat was dat plan/voornemen dan?

Het hof stelt vast dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' vast moet komen te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat zij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat zij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof is van oordeel dat uit het vermomd met een pruik en in het bezit van een rugzak met daarin twee scherpe messen en reservekleding vanuit huis te vertrekken tot aan het moment van het steken en snijden met het mes in het slachtoffer, verdachte voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op haar handelen. Daarbij moet ook worden meegewogen dat het slachtoffer zich heeft omgekleed en haar met bloed besmeurde broek en het door haar gebruikte mes in haar rugzak heeft gedaan en een deken over het bloed in de hal heeft gelegd. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 17 september 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:4256).

De tbs vervalt omdat vanuit het Pieter Baan Centrum is gerapporteerd dat bij verdachte geen sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten tijde van het ten laste gelegde, waardoor niet is voldaan aan art. 37a lid 1 Sr. De Hoge Raad is het eens met het oordeel van het hof en verwerpt het beroep (HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3147).

2. De moord op de prostituee: ware liefde kun je niet kopen

Sinds september 2010 brengt verdachte regelmatig een bezoek aan een prostituee (het latere slachtoffer). De verliefdheid begint op te spelen en verdachte brengt steeds vaker bezoekjes aan haar. Ze vraagt hem regelmatig om cadeaus. Verdachte voldoet aan dit verzoek, in de hoop dat hun relatie daarmee zal gaan veranderen. Hij wil namelijk graag buiten haar ‘werk’ afspreken met haar. Zij wil dit helemaal niet. Hij koopt een dure laptop, auto (Mini Cooper) en telefoon voor haar. Na de ontvangst van deze liefdevolle cadeaus wil ze nog steeds niet met hem afspreken, tenzij daar een geldbedrag tegenover staat. Hij voelt zich bedrogen en is woedend. In juni 2011 stuurt hij bedreigende sms’jes naar het slachtoffer. Op een gegeven moment reageert zij nergens meer op.

Blinde razernij

Verdachte is het zat en gaat via het internet op zoek naar een manier om een wapen te bemachtigen en bekijkt diverse instructiefilmpjes over het gebruik van een vuurwapen. Op 13 juni 2011 gaat het helemaal mis. Hij rijdt naar het bordeel waar het slachtoffer werkt, maar zij gooit de deur van haar kamer dicht. Hij is razend, gaat naar huis en schrijft een afscheidsbrief aan zijn ex-vrouw. Hij schrijft dat hij zo beschadigd is, dat hij nog maar één ding kan doen: haar neerschieten. Een paar uur later gaat hij wederom naar het bordeel. Hij neemt het aangeschafte en geladen vuurwapen mee en schiet haar voor de ogen van haar collega dood.

Hevige gemoedsopwelling of voorbedachte raad?

Verdachte voert gedurende de procedure in eerste aanleg aan dat er sprake was van een hevige gemoedsopwelling, die hem tot zijn daad heeft gedreven. De rechtbank oordeelt dat uit de handelingen voor en tijdens het schietincident blijkt van een planmatigheid en nauwgezetheid die zich niet laten verenigen met de hevige gemoedsopwelling, waarvan verdachte stelt dat hij daardoor tot zijn daad zou zijn gedreven. Er was sprake van kalm beraad en rustig overleg. Hij heeft de moord met voorbedachte raad gepleegd. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren (Rechtbank Zutphen 21 februari 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BV6342).

De exceptie van psychische overmacht

In hoger beroep voert de verdediging aan dat de verdachte geobsedeerd was door het slachtoffer. Hij belandde daardoor in een neerwaartse spiraal. In zijn steeds falende pogingen om met het slachtoffer een gesprek aan te gaan kwam hij in een tunnel terecht. Toen verdachte een ultieme en laatste poging deed om het slachtoffer op te zoeken, en daarbij door haar reactie vernederd en gekrenkt werd, volgde er een impulsdoorbraak en kon hij niet anders dan haar neerschieten.

Het hof gaat uit van het scenario dat de verdachte het plan om het slachtoffer neer te schieten al had opgevat voordat hij haar opzocht bij het bordeel. In het scenario dat het hof volgt is er geen sprake van een zodanige van buiten komende kracht, dwang of drang dat van verdachte niet meer redelijkerwijs gevergd kon worden dat hij daaraan weerstand kon bieden. Het verweer van de advocaat wordt verworpen. Ook het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 januari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BY8054).

3. De moord op de vermiste minnaar: de concurrentie uitgeschakeld

Het is bijna middernacht, als de intercom van de politiebureau in Heerhugowaard op 22 februari 2009 afgaat. De man die aanbelt vertelt dat hij zich komt aangeven, omdat hij ‘de ‘lover’ van zijn vriendin heeft afgemaakt’. Als de politie ter plaatse komt, zien ze dat de man bloedvlekken op zijn kleding heeft. Ook zijn handen zitten onder het bloed. Op de vraag waar het incident plaatsvond antwoordt hij als volgt: "Dit wil ik nog niet vertellen. Want ik wil zeker weten dat hij dood is." Hij wordt direct in de boeien geslagen en de politie start een onderzoek.

Waar is het slachtoffer?

Via het Bedrijfs Processen Systeem komt de politie in contact met de ex-vrouw van verdachte. Zij geeft de naam van de huidige vriendin van verdachte door. De vriendin verklaart dat het mogelijke slachtoffer woont op een camping in Dirkshoorn. Eenmaal daar aangekomen treffen zij het slachtoffer, doordrenkt in het bloed, aan. Geen hartslag: het slachtoffer is overleden. In het huisje treffen de politie twee bebloede aardappelschilmesjes en een bebloed lemmet en mesheft aan.

Wraak als motief

Al meer dan een jaar hebben verdachte en zijn vriendin een relatie en sindsdien wonen zij samen. Enige tijd geleden heeft de vriendin van verdachte een relatie gehad met het slachtoffer. In 2008 is er wederom contact ontstaan tussen de twee ex-geliefden. De vriendin twijfelt aan haar relatie met verdachte en geeft eind 2008 aan dat ze niet meer met hem wil samenwonen. Wanneer verdachte op 22 februari 2009 thuis komt, treft hij zijn vriendin slapend aan. Hij doorzoekt haar telefoon en ziet tot zijn grote schrik diverse (intieme) berichten tussen zijn vriendin en haar minnaar. Wraak zal hij nemen, en hij denkt "Ik niet, dan hij ook niet."

Mislukte zelfmoordpoging

Razend steekt hij een mes in zijn zak en rijdt hij naar Dirkshoorn. Aldaar steekt hij het slachtoffer op zoveel mogelijk plekken in zijn lichaam. Vervolgens rijdt hij weg en gaat hij naar zijn werk. Daar probeert hij zichzelf te doden door middel van ophanging, alleen lukt dit niet omdat het touw breekt. Daarna besluit hij om zichzelf aan te geven bij de politie.

Opzet

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 22 februari 2009 het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd. De opzet van de verdachte kan in dit bijzondere geval worden afgeleid uit het feit dat verdachte na afloop van de moord geweigerd heeft om de plaats waar het slachtoffer lag bekend te maken aan de politie. Hij wilde er namelijk zeker van zijn dat als de politie hem vond, hij dood was.

Voorbedachte raad

De ‘voorbedachte raad’ in de zin van art. 289 Sr leidt de rechtbank af uit het feit dat verdachte in een politieverhoor heeft aangegeven dat hij, toen hij onderweg was naar Dirkshoorn, wist dat hij het slachtoffer neer ging steken en daarna zelfmoord zou plegen. Volgens de rechtbank is er sprake van een ‘crime passionnel’ waarbij de verdachte overtuigd van het 'verraad' van zijn vriendin en haar ex-partner, tot zijn geweldsdaad komt. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren (Rechtbank Alkmaar 1 december 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BK4917).

Hoger beroep

Gedurende de procedure in hoger beroep stelt de verdediging zich op het standpunt dat er sprake is van psychische overmacht bij de verdachte. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon noch hoefde te bieden, omdat de verdachte heeft gehandeld uit een emotie die neerkomt op razernij. Die razernij is ontstaan doordat de verdachte had ontdekt dat zijn vriendin en het slachtoffer aan elkaar sms-berichten hadden gestuurd, waaruit hij afleidde dat zij (weer) een relatie met elkaar hadden of wilden beginnen. De verdachte heeft weliswaar gehandeld onder invloed van een hevige gemoedsbeweging, maar niet onder invloed van een zodanige drang dat hij niet anders kon handelen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank (Gerechtshof Amsterdam 20 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BY2092).

Overeenkomsten tussen de strafzaken

Bovenstaande verdachten pleegden deze hartverscheurende misdrijven gedreven door hartstocht en wraak. Opvallend is dat in deze drie strafzaken de ‘voorbedachte raad’ een belangrijke rol speelt. In alle gevallen kan uit de uitspraak worden afgeleid dat de verdachten, vanaf het moment dat zij van huis vertrokken tot aan het moment de moord op het slachtoffer, voldoende gelegenheid hebben gehad om zich te beraden op hun handelen. In de laatste twee zaken doet de verdediging een beroep op de psychische overmacht. De rechters gaan hier niet in mee. Een beroep op psychische overmacht in verband met hoog oplopende emoties bij een misdaad uit hartstocht lijkt dan ook weinig succesvol. Cupido schiet niet altijd raak…

Meer blogs lezen van Kirstin de Jong?

Posted in: Strafrecht