Swipe to the left

Dwingt het slachtofferdenken tot een tweefasenproces?

Print
Dwingt het slachtofferdenken tot een tweefasenproces?
By 15 days ago 25495 keer bekeken Geen opmerkingen

Het slachtoffer rukt op in het strafproces: in bijna elke zaak voegt zich een (al dan niet) benadeelde partij; het spreekrecht zorgt ervoor dat de officier van justitie en het (vermeende) slachtoffer soms wedijveren om de trofee voor de meest wraakzuchtige; per 1 januari wordt affectieschade vergoed en als het aan de minister ligt moeten verdachten straks verplicht naar zitting om het slachtoffer in de ogen te kijken. Het probleem is echter dat er tijdens het strafproces nog geen dader is en dat al deze maatregelen ondertussen de woede van (veronderstelde) slachtoffers kanaliseren richting een verdachte.

De zwijgende of ontkennende verdachte
Die verdachte zwijgt of ontkent niet zelden. Soms tegen de klippen op. Het is, ook van de berouwvolle verdachte, niet onbegrijpelijk dat hij (of zij) zich met hand en tand verzet tegen een veroordeling. De gevolgen van zo’n veroordeling zijn namelijk niet mals. Los van eventueel op te leggen straffen en maatregelen levert die veroordeling namelijk in de toekomst problemen op bij het verkrijgen van een VOG. Voor steeds meer functies is een VOG vereist. Na een detentie weer aansluiting vinden in de maatschappij is er niet makkelijker op geworden. Bovendien krijgt, als het aan diezelfde minister ligt, de verdachte daarvoor steeds minder tijd en hulp. Tel daar de roep om steeds strengere straffen bij op en het wordt duidelijk dat de gevolgen van een eventuele veroordeling regelmatig als bovenmatig worden ervaren. Ook door degene die inziet dat zijn (of haar) gedrag niet door de beugel kon.

Onder hoogspanning staande verdachte sluit zich af

Op zitting staat de verdachte onder grote spanning. Dat straalt er niet altijd van af, maar als we de belangen even op een rijtje zetten, zal dit niemand verbazen. In die situatie is een verdachte niet zo snel ontvankelijk voor het verhaal van ‘de tegenpartij’. Hij (of zij) sluit zich in de regel af voor hetgeen over hem heen gestort wordt tijdens het spreekrecht. Een louterend effect gaat daar dus zelden van uit. De vraag is ook of het voor het (vermeende) slachtoffer iets oplevert. Vaak hoor ik in dergelijke verklaringen terug dat het proces zelf als leed toevoegend en extra belastend wordt ervaren.

Wanneer het (vermeende) slachtoffer zelf ook een eis formuleert is deze regelmatig niet in verhouding met straffen die rechters opleggen in andere soortgelijke zaken. Dat is ook niet gek. Voor degene die iets ergs is aangedaan is er (bijna) geen straf te bedenken die daaraan tegemoet komt. Vergelding is echter niet het enige doel van het strafproces en het is niet voor niets dat we een systeem hebben opgetuigd waarbij het slachtoffer niet ook als beul fungeert.

Behoefte om dader de waarheid te zeggen
Ik snap de wens wel om de dader in de ogen te kijken. Ik snap de behoefte om de dader te laten weten wat hij (of zij) heeft aangericht. Ik snap dat dit onderdeel van de verwerking kan zijn en ik denk dat het zin heeft om de dader te confronteren met gevolgen van zijn daad waarvan hij (of zij) zich lang niet altijd bewust was. Daarnaast kan het, naar mijn mening, zin hebben wanneer het slachtoffer op de hoogte raakt van de omstandigheden waaronder de dader tot zijn daad gekomen is. Niet als excuus, maar omwille van het wederzijds begrip.

Het bij elkaar brengen van slachtoffer en dader acht ik zeker zinvol. Ik moedig mediation in strafzaken dan ook aan. Ik ken prachtige voorbeelden van dader en slachtoffer die elkaar zelfs letterlijk snikkend in de armen sluiten.

Confrontatie tussen slachtoffer en dader is pas zinvol nadat is vastgesteld wie de dader is. De confrontatie tussen (vermeend) slachtoffer en verdachte werkt vrees ik echter averechts. De wens om het slachtoffer tijdens het strafproces te betrekken is doorgeslagen en heeft geleid tot extra belasting van het strafproces, maar niet zelden ook van het slachtoffer. Wat mij betreft zou de rol van een slachtoffer die zich mag uitspreken over strafmaat, die de dader kan confronteren met de gevolgen en die een schadevergoeding kan eisen voor aangedaan leed, alleen passen nadat is vastgesteld wie de dader is. De uitbreiding van de rol van het slachtoffer is mijns inziens dus alleen op zijn plaats binnen een tweefasenproces, waarbij eerst de schuldvraag aan de orde komt en dan pas de deur wordt geopend voor potentiële vergelding, genoegdoening en gedragsverandering.

Meer blogs lezen door Eric Steller?

Posted in: Strafrecht