Swipe to the left

Geen cent te makken, toch de zaak maken

Print

De strafrechtadvocaat die grootmeester is in strafzaken, denkt voortdurend aan de eindbestemming van de cliënt. Als het even kan zonder het financiële plaatje vroeg of laat uit het oog te verliezen. Deze blog gaat de verdediging in op geld van c.q. voor de cliënt. Geld dat soms eerst voor eigen risico moet worden besteed. Over verdediging in relatie tot de financiële kant van de strafzaak is de laatste tijd in de feitenrechtspraak veel bijzonders te melden. We volstaan met een selectie van bijzondere uitspraken over dit thema. De strafrechtadvocatuur kan dit in de spreekwoordelijke koffer meenemen de rechtszaal in.

Inschakeling ‘tegendeskundige’
In een vuurwerkzaak verzochten wij de rechter-commissaris bij herhaling om een door ons aangewezen deskundige aanwezig te laten zijn bij het onderzoek door een benoemde deskundige. De huidige wetgeving biedt immers de mogelijkheid daarom te verzoeken. Dit viel niet mee. De rechter-commissaris heeft dit ex art. 228 lid 4 Sv na twee eerdere pogingen uiteindelijk toegestaan, maar de kosten hiervoor zou de verdediging zelf moeten dragen. Wij verzochten met succes de enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Overijssel lopende nog lopende de strafprocedure ex art. 591 Sv de gemaakte kosten hiervoor te vergoeden omdat de aanwending van de gemaakte kosten het belang van het onderzoek heeft gediend.[1]

Voor onze cliënt die op basis van door de overheid gefinancierde rechtshulp aan ons was gekoppeld bleek art. 228 lid 4 jo. 51j Sv zo geen loze letter in de wet. Ons inziens volkomen terecht. De Wet deskundigen in Strafzaken beoogde juist de verdedigingspositie te erkennen en versterken!

Meegebrachte getuige en rechtstreekse inschakeling expert
In een zaak waar onze cliënt werd verdacht van valsheid in geschrifte weigerde de officier van justitie een belangrijke getuige op ons verzoek op te roepen. Wij besloten daarop de getuige mee te brengen naar de terechtzitting. De getuige werd uitgebreid gehoord. Kort voor de terechtzitting hebben wij rechtstreeks een expert ingeschakeld om digitaal onderzoek te laten doen aan een pc. Het rapport dat hierover is gemaakt zonden wij voorafgaand aan de terechtzitting toe aan de zittingsrechter en de officier van justitie. Het rapport werd onderdeel van het strafdossier. Cliënt werd uiteindelijk integraal vrijgesproken. Wij probeerden achteraf alle gemaakte kosten ex art. 591 jo. 591a Sv te verhalen op de Staat. De meervoudige raadkamer ging hierin nagenoeg volledig mee.[2]

Laatste dag inverzekeringstelling
Het hof Den Bosch telt al jaren ook de laatste dag van de door de gewezen verdachte ondergane detentie mee bij de vaststelling van de schadevergoeding ex art. 89 Sv.[3]In vervolg hierop zien wij de laatste tijd meer positieve uitspraken op dit punt bij rechtbanken en hoven.[4]
Het hof Arnhem-Leeuwarden kende ook al een dagvergoeding toe aan een verdachte die slechts 4,5 uur van zijn vrijheid was beroofd geweest: “Indien de inverzekeringstelling in de loop van een dag wordt bevolen, geldt die dag als een volle dag inverzekeringstelling, ook al is er slechts een gedeelte van die dag sprake geweest van vrijheidsbeneming.”[5]

Enkelband en avondklok
Een cliënt in een drugszaak werd naar aanleiding van een eerste gehouden (pro forma) terechtzitting geschorst onder uiterst sterke vrijheidsbeperkende voorwaarden, inhoudende elektronisch toezicht inclusief locatieverbod. Op een volgende terechtzitting werden deze voorwaarden opgeheven. Naar aanleiding van de inhoudelijk gehouden terechtzitting werd cliënt vrijgesproken en het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Cliënt was ná schorsing van de voorlopige hechtenis in verband met het bepaalde ex artikel 89 Sv totaal 59 dagen behoorlijk in zijn vrijheid beperkt.

De Rechtbank Gelderland heeft conform ons verzoek –in weerwil van de officier van justitie- hiervoor ook een vergoeding toegekend van euro 40,-- per dag en overwoog daarbij: “Hoewel schorsing onder bijzondere voorwaarden strikt genomen niet kan worden gezien als vrijheidsbeneming in de zin van artikel 89 Sv, is de rechtbank, mede gelet op het bepaalde in artikel 5 EVRM, van oordeel dat gekeken moet worden naar de mate waarin iemand in zijn vrijheid beperkt is geweest. In het geval van verzoeker is daar in behoorlijke mate sprake van geweest, nu hij moest verblijven op het adres van zijn moeder en slechts voor zijn baan in loondienst het huis kon verlaten. De rechtbank neemt bij de beoordeling in aanmerking dat verzoeker in de betreffende periode zijn relatie niet heeft kunnen onderhouden en zich niet heeft kunnen inzetten voor het bedrijf dat hij samen met een compagnon heeft.”[6]

Uit de schaarse feitenrechtspraak hierover volgt dat de vraag of ook na schorsing van de voorlopige hechtenis een beroep gedaan kan worden op het bepaalde in art. 89 Sv onder omstandigheden positief kan worden beantwoord. Met een beroep op art. 5 EVRM als sprake is van sterk vrijheidsbeperkende voorwaarden komen rechters onder omstandigheden tot een toewijzing ook voor dit onderdeel van schadeverzoeken ex art. 89 Sv.[7]

Particuliere reclasseerder
Kosten in verband met het inschakelen van een zogeheten forensisch maatschappelijk werker kunnen op de voet van het bepaalde in art. 591 Sv ook worden vergoed. Een recent voorbeeld waaruit dat blijkt is de beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 9 januari 2017.[8] Wij lieten in het belang van de verdediging in de fase van hoger beroep een voorlichtingsrapport door een forensisch maatschappelijk werker opmaken. Wij gaven daartoe rechtstreeks de opdracht aan dhr. Ton Koot (Ton Koot FMW) omdat er maar weinig tijd zat tussen het uitbrengen van de appeldagvaarding en de dag van behandeling van het hoger beroep door het hof. Het hof oordeelde dat de daarvoor opgevoerde kosten die ten laste van de verdediging waren gekomen het belang van het onderzoek hebben gediend.

Doorgaan
Strafrechtadvocaten kunnen op veel onderdelen in de zaak voor onze cliënten ‘scoren’. Een vrijspraak is echt niet altijd nodig, als onze inzet achteraf minst genomen aantoonbaar het belang van de zaak heeft gediend. De rechtspraak laat dat zien.

Als er dan toch vooral discussie is of een schadevergoeding door de Staat opportuun is, dan is het toch het proberen waard zo blijkt uit een recente uitspraak van het hof Amsterdam[9] waarin een verzoek om vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand op grond van een voor de verzoeker negatief uitwijzend billijkheidsoordeel werd afgewezen. De kosten van rechtsbijstand voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van het verzoek werden wél toegewezen: “Wel zal, nu het hier om een beoordeling van het al dan niet bestaan van gronden van billijkheid gaat waar uit de aard der zaak discussie over mogelijk is, het hof toewijzen het verzoek tot het verkrijgen van een vergoeding uit ’s Rijks kas, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep”.[10]

Met betrekking tot de invulling van voormeld billijkheidsoordeel is interessant de oproep van confrère mr. Polman aan de wetgever om bij de plannen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering het wettelijk recht op schadevergoeding voor de gewezen verdachte niet langer afhankelijk te stellen van een subjectief element. De gewezen verdachte als benadeelde medemens zou in dat geval per definitieve een vergoeding kunnen toekomen. Dat zou voor de verdachte en zijn verdediging een stuk helderheid geven over het wettelijk recht op schadevergoeding afhankelijk van de uitkomst van de zaak.[11] Laten we vooral doorgaan met het opkomen voor de belangen van onze cliënten. Goede en gemotiveerde strafrechtadvocaten blijven nodig. Veel wezenlijke verbeteringen in de rechtspraak zijn immers terug te voeren op advocaten die rolvast en vasthoudend verweer bleven voeren en verzoeken deden!

Eén van de meest spraakmakende voorbeelden is wel het ‘Tongzoen-arrest II’. Na jaren juridische strijd dat strafrechtadvocaten leverden gold uiteindelijk een gedwongen tongzoen niet langer als verkrachting. De Hoge Raad kwam namelijk pas in 2013 terug op zijn eerdere standpunt in 1998 dat elke vorm van seksueel binnendringen van een lichaam als verkrachting kon worden gekwalificeerd.[12] De gedwongen tongzoen kon voortaan nog wel een aanranding opleveren. De juridische ommezwaai lag dichter bij de maatschappelijke opvattingen en het algemene spraakgebruik. Eind goed, al goed? Dat gaat niet altijd op. Als de zaak uiteindelijk (ook) in financieel opzicht goed afloopt, geldt dat de geïnvesteerde moeite en spanningen voor het zover kwam makkelijker is te vergeten. Een goed uiteinde met het leven van mensen die strafrechtelijk betrokken zijn geweest is vaak draaglijker…



[1] Rechtbank Overijssel 10 augustus 2016, NBSTRAF2016/192.

[2] Rechtbank Noord-Nederland, Locatie Groningen 20 juli 2016, 16/000149 en 16/000150.

[3] Bijv. Gerechtshof Den Bosch 21 maart 2012, NBSTRAF 2012/282.

[4] Bijv. Rechtbank Gelderland 6 april 2016, rechtbanknr. 16/146; Rechtbank Noord-Holland 10 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4728.

[5] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2015, NBSTRAF 2015/198.

[6] Rechtbank Gelderland 22 december 2016, rechtbanknummer: 16/1526.

[7] Enkele voorbeelden Rechtbank Amsterdam 13 juni 2013, NBSTRAF 2014/165; Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba (…) d.d. 11 april 2014, nr. 08.659; Rechtbank Amsterdam 9 april 2015 zaaknr. 08.729.

[8] Avnr: 778-16.

[9] Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5037.

[10] Zie in dit verband het belangrijke arrest van de Hoge Raad d.d. 19 februari 2013 waar ook het hof naar verwijst: NBSTRAF 2013/155, ECLI:NL:HR:2013:BX5566.

[11] B.J. Polman, ‘Een wettelijk recht op schadevergoeding voor de gewezen verdachte: het sluitstuk van een eeuwendurende discussie?’, Strafblad 2016, 33.

[12] NBSTRAF2013/173, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653.