Swipe to the left

Het beperken van het beroep in cassatie in strafzaken

Print
Het beperken van het beroep in cassatie in strafzaken
By 5 maanden geleden 3732 keer bekeken Geen opmerkingen

Het leek allemaal zo mooi. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 31 mei 2013, NJ 2018, 59, m.nt. Mevis, een overzicht(je) gegeven van de (on)mogelijkheden om het beroep in cassatie te beperken. Daarin werd de praktijk tegemoetgekomen doordat in geval van een cumulatieve tenlastelegging, geen beperking in de akte instellen cassatie hoefde te worden aangebracht. Een zonder enige beperking ingesteld cassatieberoep pleegde te worden opgevat als niet te zijn gericht tegen de vrijspraak van cumulatief ten laste gelegde feit(en). Een beperking moest wel in de cassatieakte worden opgenomen in geval van een primaire vrijspraak en een veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde. Uiteraard kon (en kan) die beperking ook worden aangebracht door een onbeperkt ingesteld cassatieberoep tijdig, dat wil zeggen in ieder geval voor de conclusie van de advocaat-generaal, partieel weer in te trekken.

Een omslag
Met het oog op de verdere inzet van artikel 80a RO is de Hoge Raad hierop recent teruggekomen. In HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:509, maakt hij een einde aan de voormelde gewoonteregel aangaande cumulatief ten laste gelegde feiten. Volgens hem kunnen partijen zelf de reikwijdte van het cassatieberoep bepalen en is het niet aan de Hoge Raad om in geval van ingewikkelde, (impliciete) cumulatief en/of alternatief ten laste gelegde feiten zelf te moeten puzzelen wat de omvang van het cassatieberoep nu is. De Hoge Raad wenst zich te concentreren op de beslissingen waartegen de cassatieschriftuur zich keert. Bij samengestelde feiten gelooft de Hoge Raad het dus wel. Het is af en toe ook echt een puzzel. Zie bijvoorbeeld HR 8 november 2016, NJ 2018, 60, m.nt. Mevis aangaande een al of niet impliciet cumulatieve tenlastelegging inzake meerdere handelingen inzake mensenhandel gedurende een achttal maanden.

Praktijk
Omdat zowel de advocatuur als het Openbaar Ministerie nog niet bedacht kon zijn op de afschaffing van voormelde gewoonteregel, past de Hoge Raad deze nog toe in zaken waarin de schriftuur is ingediend vóór 1 juli 2018.

Zowel advocaten als het Openbaar Ministerie doen er goed aan bij de balie van de griffie van het Hof nog eens te bezien of onbeperkt beroep in cassatie moet worden ingesteld, of dat enkele hen welgevallige bewijsbeslissingen daarvan moeten worden uitgezonderd. Wie twijfelt kan wellicht maar beter toch onbeperkt cassatie instellen. Intrekken kan altijd nog.

Standpunt HR over al of niet subsidiar ten laste gelegde overtredingen
In geval van al of niet subsidiair ten laste gelegde overtredingen verandert de Hoge Raad zijn standpunt overigens niet met betrekking tot de ontvankelijkheid (zie artikel 427 Sv). Als een subsidiair bewezen verklaarde overtreding overblijft, wordt daarvan de ontvankelijk zelfstandig beoordeeld.

Posted in: Strafrecht