Swipe to the left

Iets over de cassatiebalie in strafzaken en verdere specialisatie

Print
By 3 maanden geleden 1111 keer bekeken 2 comments

Al enige tijd hangt de invoering van een gespecialiseerde cassatiebalie in strafzaken boven de markt, net zoals dat voor civiele zaken al geldt (en zijn vruchten heeft afgeworpen). Tijdens het congres van de NVSA op 9 en 10 december 2016 heeft (cassatie)advocaat Thijs Kelder in het diepe Zuiden nog eens de voor- en nadelen van een dergelijke balie uiteengezet. (Te) simpel gezegd gaat het om een verbetering van de behandeling van strafcassaties aan de ene kant tegenover de vrije advocatenkeuze aan de andere kant. Uiteindelijk gaf voor hem – in mijn woorden – de consumentenbescherming die door de vereiste specialisatie wordt geboden de doorslag om wel een cassatiebalie in strafzaken in te stellen. De Orde is daarmee druk bezig, zo heb ik begrepen. 'Zie over de doelen van de cassatiebalie en de financiering daarvan R.J. Baumgardt & P. van Dongen, 'Gesloten cassatiebalie na bezuinigingen?', Strafblad 2016 (5), 57.'

Cassatiebalie
Ook ik ben (fervent) voorstander van een cassatiebalie in strafzaken (en niet omdat er dan minder concurrentie is). Van allerlei (betrouwbare) kanten bereikt mij het bericht dat er nog steeds heel veel schrifturen van te lage kwaliteit worden ingediend. Ik heb de jaarcijfers over 2015 erbij gepakt. Inmiddels wordt 57,4% van alle zaken afgedaan op de voet van artikel 80a RO en 14,2% via artikel 81 RO. Dat zijn cijfers die niet erom liegen. Hoewel daartussen ook valide klachten zitten die alleen volgens de Hoge Raad uiteindelijk geen nieuwe behandeling rechtvaardigen, is het merendeel van alle klachten in cassatie gedoemd reeds bij de voordeur te sterven (en om via de zijdeur te worden afgevoerd). Niet zelden worden daarbij de elementaire grenzen aan de mogelijkheden in cassatie niet onderkend. De Hoge Raad wordt dan bijvoorbeeld als derde feitelijke instantie gezien of er wordt nog eens dunnetjes nagepleit op feiten die het hof niet heeft vastgesteld of niet zijn aangevoerd. Dat mag en moet de strafadvocatuur zich aantrekken. Ik merk daarbij op dat ook mijn klachten soms stranden vlak achter de voordeur van het Korte Voorhout (en ik soms ook nog wel begrijp waarom). Alle wijsheid heb ik dus zeker niet in pacht.

Communicerende vaten
Kelder haalde in zijn betoog het argument nog aan dat wel een beetje willekeurig naar specialisatie wordt gestreefd. Waarom geldt niet ook in andere instanties dat alleen gecertificeerde advocaten een strafzaak mogen behandelen? Dat is een goed punt, maar dat sterkt wat mij betreft alleen de roep om meer specialisatie. Het is geen argument om specialisatie in cassatie dan maar achterwege te laten. Dat komt ook omdat vooral de procedure in hoger beroep en die in cassatie communicerende vaten zijn. Hoe beter de verdediging in hoger beroep heeft gefunctioneerd (ook met betrekking tot het klagen over de gang van zaken in eerste aanleg), des te meer valt er in cassatie nog aan te voeren (of: te redden zo men wil). En andersom. Veel klachten kunnen immers niet eerst in cassatie worden aangevoerd, maar moeten in feitelijke aanleg al zijn voorgelegd. Als de verdediging in hoger beroep heeft zitten slapen door niet te klagen of door verzoeken en verweren niet of niet afdoende voor het voetlicht te brengen (denk eens aan een pleitnota!), staat men in cassatie eigenlijk met lege handen (ook als het eigenlijk niet goed is gegaan). Men hoeft niet (meer) te verwachten dat de strafrechter (steeds) ‘meeprocedeert’ ten behoeve van de verdediging. Zeker de Hoge Raad ziet het achterwege blijven van een klacht over een bepaald gebrek in cassatie zelfs als een bewuste keuze.

Kortom, een op kwaliteit geselecteerde en goed gevulde cassatiebalie in strafzaken is een goed begin om ervoor te zorgen dat verdachten (en zo men wil: andere betrokkenen) naar behoren worden bijgestaan. Maar men moet dat niet zien als een eindpunt. Eerder is deze ontwikkeling een goede aanzet voor het waarborgen van voldoende rechtsbijstand in alle fasen van het strafproces. Daarmee moet niet gewacht worden tot het allerlaatste moment, als de beste kansen voor de verdediging al geweest zijn.

De vraag is dus: ‘Willen jullie meer of minder specialisatie?’

John Doe 3 maanden geleden at 16:21
Misschien (de volgende keer) iets minder tussen haakjes zetten.
Joost (S.) Nan 3 maanden geleden at 17:01
Beste anonieme,

Dank voor je (waarschijnlijk goed bedoelde) tip. In de (al of niet nabije) toekomst zal ik hieraan denken (of juist niet).

Gr.
Joost