Swipe to the left

Iets over modern hoger beroep (en cassatie)

Print
Iets over modern hoger beroep (en cassatie)
By 13 maart 2018 3248 keer bekeken Geen opmerkingen

In het concept van het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden in Boek 5 straks de rechtsmiddelen geregeld (nu staan zij in het Derde Boek). Een belangrijke wijziging aangaande het hoger beroep is de verandering van het beslismodel. Zoals de wetgever in de concepttoelichting op het concept van Boek 5 aangeeft, is hoger beroep nu veelal een herhaling van zetten ten opzichte van de eerste aanleg. Op zich richt het hof de behandeling ter zitting in naar de opgegeven bezwaren (en hetgeen het overigens nodig vindt, getuige art. 415 lid 2 Sv), maar uiteindelijk moet het de beslissingen van art. 348 en 350 Sv voor zijn rekening nemen – of hij het vonnis nu bevestigt of vernietigt – en staan deze in cassatie in beginsel weer ter discussie als hieraan een gebrek kleeft. Zie wat dat betreft vooral art. 423 Sv en NJ 2010/294, m.nt. Mevis. En zie nog art. 422 en 422a Sv voor het controleren van enige formaliteiten en de mogelijkheid dat de zaak wordt teruggewezen naar de rechtbank.

Een nieuwe beslisboom

Dat beslisschema op de hoofdpunten wordt anders. Het voortbouwend appel wordt verder uitgebouwd. Het idee van art. 415 lid 2 Sv blijft behouden in conceptart. 5.4.4.4, maar in conceptart. 5.4.4.10 staat nu een nieuwe beslisboom op stapel. Het hof neemt inhoudelijk een beslissing op de bezwaren en oordeelt over het vonnis. Verwerping (geheel of gedeeltelijk) van het hoger beroep vindt plaats indien het hof de bezwaren die tegen het vonnis zijn ingebracht ongegrond acht, en het ambtshalve geen reden ziet voor vernietiging van het vonnis (lid 3). Dit is een kale verwerping, die natuurlijk wel van een motivering moet worden voorzien ‘voor zover dat voor de begrijpelijkheid van die beslissing nodig is’, hetgeen voor alle beslissingen geldt die op basis van dit artikel worden genomen (lid 8). In lid 4 wordt het hof de mogelijkheid geboden het hoger beroep (geheel of gedeeltelijk) te verwerpen met aanvulling of verbetering van gronden (= motivering), indien het de bezwaren die tegen beslissingen in het vonnis zijn ingebracht gegrond acht, maar deze niet hoeven te leiden tot vernietiging, of het ambtshalve van oordeel is dat ten aanzien van andere in het vonnis opgenomen beslissingen aanvulling of verbetering van gronden aangewezen is. In al deze gevallen is het in zoverre dus klaar voor de appellant. Zijn grieven stranden. Het vonnis blijft op deze punten aldus in stand, al of niet gestut door het hof.

Vernietiging van het vonnis

Dan komt de mogelijkheid van vernietiging van het vonnis, ook weer geheel of gedeeltelijk. Dat is zo als het hof de bezwaren die tegen beslissingen in het vonnis zijn ingebracht gegrond acht en het belang van een goede rechtsbedeling vernietiging van die beslissingen vergt, of het ambtshalve van oordeel is dat het belang van een goede rechtsbedeling vernietiging van andere in het vonnis opgenomen beslissingen vergt. Strikt genomen wordt hiermee de situatie dat wat het hof betreft de grief tegen een beslissing op zich niet hoeft te slagen, maar het hof die beslissing niettemin wil vernietigen niet bestreken. Dat moet volgens mij ook nog even geregeld worden. Het kan immers goed zijn dat het hof een ander, onoverkomelijk bezwaar tegen de beslissing a quo heeft dat door de appellant niet wordt aangevoerd. De verdachte kan bijvoorbeeld de bewezenverklaring naar het oordeel van het hof tevergeefs aanvallen met een opzetverweer, terwijl het hof meent dat aan een bewijsminimum niet is voldaan en het vonnis op die grond wil vernietigen. Het ingebrachte bezwaar tegen de bewijsbeslissing is dan niet gegrond, maar het is niettemin deze beslissing die het hof wil omzetten in een vrijspraak. De tekst van lid 5 sluit dat nu uit, maar dat zal niet de bedoeling zijn. Het hof is overigens bij gebrek aan een bezwaar wel bevoegd, maar niet verplicht de bewezenverklaring ongedaan te maken. Ambtshalve vernietiging in het kader van een goede rechtsbedeling is namelijk slechts in drie gevallen voorgeschreven. Het belang van een goede rechtsbedeling vergt volgens het zesde lid in ieder geval vernietiging van een in het vonnis opgenomen beslissing indien geen recht tot strafvordering bestaat (terwijl de beslissing op het bestaan van dat recht gebaseerd is), het bewezenverklaarde niet onder een wettelijke strafbepaling valt (dus niet strafbaar is) of de oplegging van een straf of maatregel niet op de wet berust. Dit zijn ook de redenen voor de Hoge Raad om buiten de cassatiemiddelen om ambtshalve in te grijpen.

Recht om in twee feitelijke instanties berecht te worden

In alle gevallen waarin het hof het vonnis geheel of gedeeltelijk vernietigt doet het hof de zaak in beginsel zelf af (doet het wat de rechtbank had behoren te doen), tenzij terugwijzing plaatsvindt omdat de eerste aanleg een ernstig gebrek vertoont. Zie daarvoor conceptart. 5.4.4.11. Daarin blijven niet alleen art. 422 en 422a Sv voortleven, maar worden ook enkele jurisprudentiële redenen voor terugwijzing gecodificeerd. Dat is als er geen onpartijdige rechtbank was of verdachte of diens raadsman ten onrechte niet verschenen is (de zogeheten Kernrol-jurisprudentie). De verdachte heeft ook in het nieuwe wetboek het recht om in twee feitelijke instanties berecht te worden.

Belangrijke veranderingen

Hoewel een deel van het stelsel blijft behouden, is een heel belangrijke verandering dat in hoger beroep in principe dus alleen een beslissing op de ingebrachte bezwaren wordt genomen door het hof en dat het hoger beroep wordt verworpen ingeval deze niet kunnen of hoeven te slagen. Ook hoeft het hof het vonnis op de punten die behoren bij art. 348 en 350 Sv niet dunnetjes over te doen (al kan dat wel, omdat een integrale vernietiging tot de mogelijkheden blijft behoren). In cassatie staat dan niet meer het vonnis als zodanig ter discussie (hetgeen bij een bevestiging van het vonnis door het hof wel het geval is), noch de beslissingen van het hof over de formele en materiële vragen. In cassatie ligt dus vooral de beslissing van het hof op de grief voor. De wetgever is zich van die doorwerking bewust, getuige de concepttoelichting. Toch laat hij een gaatje voor de cassatieadvocatuur (en de Hoge Raad) om buiten het nieuwe beslis- en motiveersysteem alsnog te klagen (en te oordelen) over een punt uit het vonnis waarover niet geklaagd is en het hof evenmin aanleiding had moeten geven ambtshalve te vernietigen. Zeker bij rechtskwesties kan een gepasseerd station dan alsnog worden aangedaan.

Posted in: Strafrecht