Swipe to the left

ISD-zaken moeten sneller behandeld worden!

Print
ISD-zaken moeten sneller behandeld worden!
By 10 juli 2018 9275 keer bekeken Geen opmerkingen

Stel je voor: een verdachte gaat in hoger beroep omdat hij het niet eens is met de bewezenverklaring en de opgelegde ISD-maatregel. Zes weken later verlengt de raadkamer de gevangenhouding met 120 dagen en er wordt ook een pro-forma zitting gepland. Een datum voor de inhoudelijke behandeling is er nog niet. De kans is dus groot dat de inhoudelijke behandeling niet binnen deze tijd zal plaatsvinden. En de verdachte zit al die tijd in voorarrest, terwijl dit voorarrest - hoogstwaarschijnlijk - niet in mindering gebracht zal worden op de uiteindelijke twee jaar ISD.

Helaas is het voorgaande aan de orde van de dag in zaken waarin ISD wordt opgelegd. Ik put deze casus nota bene uit een zeer recente beschikking van het Hof Den Bosch van 28 juni jl. (niet gepubliceerd). Ik meen dat het anders kan en moet.

Toegang tot de rechter wordt beperkt
De rechter ziet bij de oplegging van de ISD-maatregel doorgaans af van de mogelijkheid tot aftrek van het voorarrest (zie artikel 38n lid 2 Sr). Als reden daarvoor wordt gegeven dat op die manier de volle termijn van twee jaren benut kan worden “om de behandelmogelijkheden niet te doorkruisen”. De verdachte die in hoger beroep wil, heeft deze mogelijkheid dus enkel in ruil voor een langere vrijheidsbeneming. Mijns inziens is dit in strijd met het recht op toegang tot de rechter.

Om die reden zouden ISD-zaken sneller behandeld moeten worden dan andere zaken. Een tweede reden hiervoor is de verhouding tussen de ernst van het feit en de duur van het voorarrest. Veelal gaat het namelijk om geringe strafbare feiten waarvoor weliswaar voorlopige hechtenis open staat (zie artikel 38m lid 1 sub 1 Sr), maar waarvoor in de praktijk doorgaans hoogstens enkele dagen of weken gevangenisstraf wordt opgelegd. Terwijl het voorarrest in hoger beroep dus met gemak zes maanden kan duren, welke tijd nog bovenop de twee jaar van de ISD-maatregel komt.

De afweging voor een verdachte om het hoger beroep door te zetten, wordt hierdoor mede ingegeven door het risico om uiteindelijk vele maanden langer vast te zitten dan wanneer direct met de ISD-maatregel begonnen zou zijn. Met als gevolg dat in een veelvoud van de zaken het hoger beroep toch maar wordt ingetrokken. Uiteindelijk kán het tijdsverloop reden zijn om af te zien van oplegging van de ISD-maatregel; Hof (Arnhem-)Leeuwarden overwoog in 2006 dat een voorarrest van 9 maanden te lang was om nog ISD toe te passen, waarna volstaan werd met een tijdelijke gevangenisstraf. Maar hoe zit het met de andere hoven? Er bestaat helaas geen uniform beleid tussen de verschillende ressorten, zodat het een moeilijk in te schatten risico voor de verdachte is.

Voortvarende behandeling en afdoening
Al bij de invoering van de ISD-maatregel in 2004 (alsook de voorloper SOV-maatregel in 2000) werd uiteengezet dat dergelijke zaken spoedig afgedaan zouden moeten worden. De Hoge Raad heeft in 2007 nog eens bevestigd dat “de tijd tussen inverzekeringstelling en berechting zo kort mogelijk dient te zijn, zodat een zeer voortvarende behandeling en afdoening, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, vereist is”.

Wat mij bevreemdt is dat er, in elk geval bij het Hof Den Bosch, tot nu toe (18 jaar later!!) nog steeds geen aparte procedure in het leven is geroepen om dergelijke zaken met voorrang te behandelen. Deze zaken worden in de ‘normale’ raadkamers behandeld en de gevangenhouding wordt standaard verlengd met 120 dagen. Op geen enkele manier lijkt tegemoet gekomen te worden aan een voortvarende behandeling in hoger beroep.

Het is bovendien opvallend dat er geen landelijk beleid bestaat ten aanzien van het versneld behandelen van ISD-zaken in hoger beroep. Het Hof Leeuwarden heeft bijvoorbeeld al in 2005 al overwogen dat het mogelijk is om ISD-zaken binnen 90 dagen na het instellen van het beroep inhoudelijk te behandelen. Dit levert grote rechtsongelijkheid op tussen de verschillende ressorten. Een verdachte mag dan dus van geluk spreken als hij in Leeuwarden terecht komt voor het hoger beroep in plaats van in Den Bosch. Dat kan mijns inziens niet zo zijn. Er zou gestreefd moeten worden naar een uniforme behandeling tussen de verschillende gerechten.

Sanctionering
In voornoemde zaak heeft de Hoge Raad overwogen dat een termijn van vijf maanden tussen het instellen van hoger beroep en de behandeling van de zaak op zitting geen schending van de redelijke termijn oplevert. AG Knigge stelt in diens conclusie
Dit lijkt mij een prima voorstel. Waarom dient de verdachte uiteindelijk de dupe te zijn van het gebrek aan een voortvarende behandeling? Knigge stelt een termijn van zes tot negen maanden voor, hetgeen mij weer onnodig lang lijkt. Waarom niet de voorgestelde termijn van 90 dagen zoals het Hof Leeuwarden eerder aanhield?

Conclusie
Ik meen dat het hoog tijd is dat op zeer korte termijn één landelijk beleid ontwikkeld wordt voor de behandeling van ISD-zaken. Daarbij dient per ressort een aantal speciale kamers ingesteld te worden die ISD-zaken zowel in de raadkamer en vervolgens op zitting behandelt. In deze zaken dient een kortere appointeringstermijn te worden aangehouden, waarbij overschrijding van de afhandelingstermijn dient te leiden tot invrijheidstelling van de verdachte. De rechter zal uiteindelijk beoordelen of het opleggen van de ISD-maatregel nog een geschikte maatregel is, maar de verdachte zal op die manier niet onnodig lang in voorarrest zitten. Laat deze verdachte dan maar in vrijheid de zaak in hoger beroep afwachten. Wellicht levert diens gedrag in de tussentijd juist méér inzicht op over de noodzakelijkheid van een eventuele ISD-maatregel.

Meer blogs lezen van Noortje Lina?

Posted in: Strafrecht