Swipe to the left

Kostenvergoeding bezwaarprocedure DNA na vrijspraak

Print
Kostenvergoeding bezwaarprocedure DNA na vrijspraak
By 1 mei 2019 7460 keer bekeken Geen opmerkingen

Nadat iemand is veroordeeld, moet hij in veel gevallen DNA afstaan. Een bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel kan in sommige gevallen doel treffen. Maar wat als dit bezwaar ongegrond wordt verklaard en diegene vervolgens in hoger beroep wordt vrijgesproken? Het DNA-profiel wordt dan verwijderd uit de databank. Ook kunnen de kosten rechtsbijstand voor de strafzaak zelf voor vergoeding in aanmerking komen. Maar hoe zit het met de eerder gemaakte kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarschriftprocedure?

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 10 april 2019 (niet gepubliceerd) dat een wettelijke grondslag voor vergoeding van deze kosten ontbreekt en dat er daarnaast ook geen gronden van billijkheid aanwezig waren om toch tot vergoeding van de kosten over te gaan. De (latere) vrijspraak deed, zo overwoog het hof, niet af aan de verplichting van de officier van justitie om DNA af te nemen bij veroordeelden en de geringe kans van slagen van een bezwaarschrift.

Ik vind deze afwijzing opmerkelijk en bovendien onjuist. Ik zal hierna uitleggen waarom.

Wettelijk kader

Indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr, kan op grond van artikel 591a Sv jo. artikel 90 Sv aan de gewezen verdachte een schadevergoeding worden uitgekeerd. Dat gebeurt indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Volgens artikel 591 lid 5 Sv is de schadevergoedingsregeling van overeenkomstige toepassing op een aantal andere procedures, zoals ingediende klaagschriften ex artikel 552a t/m 552b Sv. Dit geldt echter niet voor gemaakte kosten voor bezwaarschriften ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Inderdaad lijkt een zelfstandige wettelijke basis voor een dergelijke kostenvergoeding te ontbreken.

Rechtstreeks verband

Dat betekent echter niet dat een schadevergoedingsverzoek in deze gevallen uitgesloten is, nu onder kosten van een raadsman mede wordt verstaan “de kosten van een raadsman die in rechtstreeks verband staan met een strafzaak tegen een gewezen verdachte” (HR 20 mei 1986, NJ 1987/28). De Hoge Raad heeft bovendien in zijn arrest uit 2013 overwogen dat “uit de wetsgeschiedenis niet kan worden afgeleid dat de wetgever strikte grenzen heeft willen stellen aan de mogelijkheid tot toekenning van een vergoeding voor wat betreft de aard van de met de zaak rechtstreeks verband houdende juridische procedures.” Zo is een 591a Sv-verzoek niet uitgesloten in geval van een artikel 12 Sv-procedure en als gevolg van een sepot, aldus de Hoge Raad.

Dit zet de deur open voor een schadevergoedingsverzoek zoals in bovenstaande casus. Deze bezwaarschriftprocedure hangt immers rechtstreeks samen met de strafzaak, nu er, zonder strafzaak (en veroordeling) geen wettelijke basis bestond voor het bepalen en verwerken van een DNA-profiel. Bovendien heeft de vrijspraak in hoger beroep geleid tot vernietiging van het DNA-materiaal.

Gronden van billijkheid

Volgens de Hoge Raad blijft beslissend of in het concrete geval voor toekenning van een dergelijke vergoeding gronden van billijkheid aanwezig zijn. De rechter dient bij diens oordeel daarover alle omstandigheden van het geval te betrekken.

Wat wordt onder gronden van billijkheid verstaan? De Hoge Raad gaat in een arrest van 2015 in op de wetsgeschiedenis van onder andere artikel 591a Sv. Van belang is het citaat uit de Memorie van Toelichting bij deze wet (Stb. 1975, 341):

"De beoordeling van de vraag of er grond is voor een vergoeding vindt hier immers niet haar antwoord in de onrechtmatigheid van de overheidsmaatregel, maar in het billijkheidsoordeel, nl. de vraag of het redelijk is dat de nadelige gevolgen van de indertijd bestaande verdenking niet voor rekening van de gewezen verdachte worden gelaten, maar geheel of gedeeltelijk door de Staat worden gedragen (Kamerstukken II, 1972, 12 132, nr. 3, p. 3). "

Gronden van billijkheid zijn dus aanwezig indien het onredelijk zou zijn dat de nadelige gevolgen voor rekening van de gewezen verdachte komen. In de casus is van belang dat er aanvankelijk wel een basis was om DNA af te staan (want: veroordeling), maar dat dit achteraf gezien onterecht blijkt te zijn. Indien de rechtbank direct had vrijgesproken, had deze persoon nooit DNA hoeven afstaan en had hij deze kosten ook niet hoeven maken. Nu hij pas door het gerechtshof is vrijgesproken, heeft hij de kosten van de bezwaarschriftprocedure al gemaakt en zou hij deze ook nog zelf moeten dragen. Is dat redelijk? Ik vind van niet.

Aanpassing van de wet?

De Hoge Raad verwijst in voornoemd arrest bovendien naar de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering, waarin een mogelijke herziening van de regels van schadevergoedingen in bijzondere klaagschrift- en bezwaarschriftprocedures zou worden opgenomen. Dit zou reden zijn om terughoudendheid te zijn met een verdere uitbreiding van de schadevergoedingsregeling.

Inmiddels is de tekst van het concept wetsvoorstel bekend, maar helaas heb ik daarin geen aanpassing van de wet op dit onderdeel kunnen vinden. De reden om terughoudend te zijn, is er wat mij betreft dus niet (meer). Ook de Nederlandse Orde van Advocaten besteedt aandacht aan dit punt en benoemt expliciet in het advies over het wetsvoorstel dat het de voorkeur verdient om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand zowel in de hoofdzaak als in bijzondere klaagschriftprocedures in een algemene regeling vast te leggen.

Afsluitend

Het zou goed zijn als de wet wordt aangepast, zodat duidelijkheid wordt geschapen voor de vergoeding van kosten in bijzondere klaagschriftprocedures waarvoor nu geen wettelijke basis bestaat, maar waarin het wel billijk is dat de overheid de schade vergoedt. De wetgever is aan zet! In de tussentijd zouden rechters wat mij betreft moeten bepalen dat dergelijke kosten wel voor vergoeding in aanmerking komen. Het is niet redelijk om deze voor rekening van de gewezen verdachte te laten.

Ten overvloede vraag ik mij af waarom het gerechtshof het relevant vond om te overwegen dat een dergelijk bezwaarschrift een geringe kans van slagen heeft. Heeft iemand dan minder recht op vergoeding van de kosten die hij daarvoor maakt?

Meer blogs lezen van Noortje Lina?

Posted in: Strafrecht