Swipe to the left

Niet-ontvankelijkheid in het kwadraat

Print
By 3 maanden geleden 1261 keer bekeken Geen opmerkingen

Normaliter worden blogs op papier geklad en verspreid om collega-pleiters, soms wellicht ten overvloede, te infomeren en aan te sporen. Afgelopen week deed zich het unicum voor dat het Openbaar Ministerie in één week tijd in twee zaken van ons kantoor niet-ontvankelijk werd verklaard. Eenmaal door de rechter, na een geslaagd preliminair verweer. En eenmaal doordat het Openbaar Ministerie zichzelf niet-ontvankelijk verklaarde tijdens een OTP-zitting met toepassing van technisch sepotcode 03.

Klacht
Te beginnen met de strafzaak die onder de aandacht lag van de rechter. Deze zaak is op maandag 9 januari jl. behandeld door de Zutphense rechtbank. Het betrof geen wereldschokkende zaak. Cliënt werd verdacht van vernieling van een ruit. Bij de politie had hij zonder tussenkomst van zijn advocaat een gave bekentenis afgelegd. Kortgezegd bekende hij in een boze, wraaklustige bui een baksteen door de ruit van de woning van zijn (ex-) partner te hebben gegooid. Overigens was de relatie kort na dit incident weer hersteld. Aangeefster gaf sindsdien ook meermalen aan dat vervolging van haar niet langer hoeft. Het was met cliënt uitgesproken en partijen waren niet gediend en gebaat bij verdere ‘overheidsbemoeienis’. De vervolging werd door het OM voortgezet, omdat er simpelweg een aangifte lag. Het OM was ook niet op andere gedachten te brengen. Uiteindelijk bood de lange duurzame relatie van betrokkenen uitkomst!

Hoewel er geen sprake was van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, stond het vast dat cliënt en aangeefster al 19 jaar een relatie hebben. Zij woonden sinds 2001 niet meer samen. Cliënt is op 5 minuten loopafstand gaan wonen. Zij zijn trotse ouders van 3 kinderen van 7, 14 en 18 jaar, hetgeen blijk geeft van een lange duurzame relatie. Met een beroep op artikel 353 Sr juncto 316 lid 2 Sr hebben wij gemeend dat een klacht van aangeefster noodzakelijk is om vervolging mogelijk te maken. Deze klacht lag er niet. Sterker nog, de aangeefster was bij de inhoudelijke behandeling aanwezig en liet duidelijk merken dat die klacht er ook niet meer zou komen. Uiteindelijk heeft de Politierechter –na een onderbreking van 15 minuten -de ‘oprekking’ van artikel 316 lid 2 Sr toelaatbaar geacht en het preliminaire gevoerde verweer gehonoreerd.

Halt
Drie dagen later was het weer raak. De minderjarige cliënt was uitgenodigd te verschijnen op een OTP-zitting voor twee openstaande zaken.

De eerste zaak betrof een simpele winkeldiefstal die in eerste instantie via Halt zou worden afgedaan. Cliënt had reeds gesprekken gevoerd met medewerkers van Halt. Een excuusbrief was opgesteld en een gesprek met de benadeelde supermarkt was gepland. Dit gesprek, het sluitstuk van het Halt-traject, heeft niet plaatsgevonden omdat cliënt twee dagen vóór dat gesprek opnieuw werd aangehouden voor een nieuw strafbaar feit. Bij de aanhouding voor dit feit is cliënt gebeten door politiehonden. Hij is nadien (serieus) bedreigd door medeverdachten en moest hierdoor noodgedwongen verhuizen. Deze omstandigheden zijn allen door de verdediging aangevoerd en hebben er uiteindelijk toe geleid dat deze tweede zaak voorwaardelijk werd geseponeerd (op beleidsgronden) met een proeftijd van één jaar, ondanks dat er genoeg bewijs voor handen was. Resteerde de vraag hoe om te gaan met de eerste zaak die zich in de afrondende fase bevond van het Halt-traject. Met een beetje creativiteit en overtuiging stelde de verdediging voor de zaak middels sepotcode 03 te seponeren, omdat door onmacht het Halt-traject niet werd afgerond. Na enige aarzeling ging de officier van justitie hierin mee.

Niet-ontvankelijkheid is een uiterst rechtsgevolg. Strafrechtadvocaten kunnen de niet-ontvankelijkheid in zaken die zich ervoor lenen nog wel bereiken, zelfs buiten de rechter om.

2017 belooft veel goeds!