Swipe to the left

Onrust in wrakingsland

Print
Onrust in wrakingsland
By mr. R. den Ouden 5 september 2018 821 keer bekeken Geen opmerkingen

In een rechtsstaat heeft, zoals ook in art. 6 EVRM is verwoord, eenieder recht op behandeling van zijn zaak door een onpartijdige rechter. Er dient sprake te zijn van een eerlijk proces. Wanneer rechters zich niet houden aan de regels van een eerlijke procesvoering, kan dat in hoger beroep of in cassatie worden gecorrigeerd. Aanvullend daarop bestaat het instrument van wraking. Via wraking kunnen procespartijen het recht op een eerlijk proces afdwingen. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid in het gedrang zou kunnen komen. Ook de schijn van partijdigheid dient te worden vermeden.

De wrakingsprocedure

Wanneer een partij een wrakingsverzoek indient, wordt de behandeling van de zaak stilgelegd. Het wrakingsverzoek wordt vervolgens behandeld door een meervoudige wrakingskamer, waarvan de rechter om wiens wraking is verzocht geen deel mag uitmaken. De rechter mag immers geen recht spreken in zijn eigen zaak. De verzoeker en de rechter wiens wraking is verzocht worden in de gelegenheid gesteld ter zitting van de wrakingskamer te worden gehoord. Vervolgens neemt de wrakingskamer een gemotiveerde beslissing die in het openbaar wordt uitgesproken. De wrakingsprocedure leidt tot vertraging in de behandeling van de hoofdzaak. In de praktijk komt het voor, en dan met name in strafzaken, dat het wrakingsinstrument niet wordt gehanteerd om onpartijdige rechtspraak af te dwingen maar als tactisch middel om te vertragen of als verkapt rechtsmiddel tegen onwelgevallige procedurele beslissingen, zoals het afwijzen van een aanbod tot getuigenbewijs of het niet uitstellen van de zitting. Daarvoor is de wrakingsprocedure echter niet bedoeld. In de voor de verschillende rechtsgebieden geldende wetten (Awb, Sv. en Rv.) is in twee situaties voorzien waarin een wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. In de eerste plaats wordt een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in behandeling genomen, tenzij feiten en omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. In de tweede plaats kan een (wrakings)rechter in geval van misbruik bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Er is derhalve geen wettelijke regeling op grond waarvan een eerste verzoek tot wraking wegens misbruik buiten behandeling kan worden gelaten.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door mr. R. den Ouden. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 35/36 van 6 september 2018 (NTFR 2018/1963).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht