Swipe to the left

Schorsing van de voorlopige hechtenis blijft lastig

Print
Schorsing van de voorlopige hechtenis blijft lastig
By 7 days ago 968 keer bekeken Geen opmerkingen

‘Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen omdat uw persoonlijke belangen niet opwegen tegen de belangen van strafvordering’ zo oordeelde het Gerechtshof te Amsterdam afgelopen vrijdag tijdens een zoveelste (pro forma)zitting. Wat is hier nu zo gek aan, zal de gemiddelde togadrager denken. Dit gebeurt namelijk aan de lopende band.

De zaak an sich is niet heel bijzonder. Cliënt is in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor kort gezegd dealen in harddrugs voor de duur van 12 maanden en het opzettelijke voorhanden hebben van hoeveelheden harddrugs. De reden van het hoger beroep is deels gericht tegen de bewezenverklaring (hij dealde voor een kortere periode) en tegen de strafmaat.

Het gerechtshof heeft op dat moment de schorsing van de voorlopige hechtenis wederom verlengd tot met de daaropvolgende zitting

Het vh-traject
Na ongeveer 11 maanden voorarrest achter de rug te hebben gehad is tijdens een pro formazitting bij het gerechtshof verzocht om opheffing op grond van 67a lid 3 Sv en subsidiair om schorsing omdat cliënt aan de slag kon als bezorger. Het Gerechtshof heeft op bij die gelegenheid de voorlopige hechtenis geschorst tot en met de daaropvolgende pro-formazitting. Tijdens die pro-formazitting heeft het gerechtshof wederom gevraagd naar de persoonlijke omstandigheden van cliënt. Hij vertelde dat hij inmiddels een andere baan op het oog had en hij daarvoor eerst een periode stage diende te lopen en hij certificaten diende te behalen. Hij toonde de documenten ter staving aan het gerechtshof en de advocaat-generaal, die zich vervolgens op het standpunt stelde dat hij zich niet verzette tegen een schorsing. Het gerechtshof heeft op dat moment de schorsing van de voorlopige hechtenis wederom verlengd tot met de daaropvolgende zitting.

De laatste zitting had een regie/pro formakarakter en moest er weer over het voorarrest worden gesproken. Cliënt verklaarde dat hij de stage goed had doorlopen, dat hij de benodigde certificaten had gehaald en dat hij inmiddels een arbeidscontract had gekregen voor de duur van 4 maanden. Nadat het gerechtshof de arbeidsovereenkomst had bekeken vroeg de voorzitter aan cliënt wat hij zou doen indien het gerechtshof tot eenzelfde strafoplegging zou komen zoals door de rechtbank reeds opgelegd. Het antwoord van cliënt was dat hij tot die tijd wilde bewijzen dat hij echt uit de criminaliteit was en dat hij zijn brood op een nette manier kon verdienen. Namens hem verzocht ik om schorsing van de voorlopige hechtenis tot en met de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak. Anders dan de vorige advocaat-generaal stelde de zittingsadvocaat-generaal zich dit keer op het standpunt dat de persoonlijke omstandigheden niet zwaarder dienden te wegen dan het strafvorderlijk belang en verzocht om afwijzing van het schorsingsverzoek. Het gerechtshof trok zich terug voor beraad. Het duurde langer dan verwacht waardoor cliënt al opmerkte ‘dit gaat niet goed’. Hoewel hij zich bewust was van de mogelijkheid dat hij weer terug de gevangenis in moest heb ik hem gerustgesteld en gezegd dat hij zich keurig aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en dat zijn persoonlijke omstandigheden gunstiger zijn geworden waardoor het afwijzen van het verzoek om schorsing lastiger zal worden voor het gerechtshof. Na bijna dertig minuten kwam het gerechtshof terug met de beslissing dat het verzoek om schorsing werd afgewezen omdat de persoonlijke belangen niet opwegen tegen de belangen van strafvordering. Cliënt is vervolgens door de parketpolitie naar de gevangenis overgebracht.

Gradaties van persoonlijke omstandigheden
Hoe kan dat het uitzicht op een (legaal) inkomen voor de ene zittingscombinatie voldoende is om een verdachte na bijna een jaar in voorarrest te hebben verbleven voldoende is terwijl het behoud van datzelfde inkomen voor de andere zittingscombinatie als onvoldoende persoonlijk belang wordt beschouwd?

Ondanks het ontbreken van acute omstandigheden kan ik desalniettemin om schorsing van de voorlopige hechtenis verzoeken

Hoewel de overweging van het gerechtshof uiterst summier is, lijkt het erop dat deze zittingscombinatie het feitencomplex en de opgelegde gevangenisstraf te ernstig vond om een schorsing van de voorlopige hechtenis te rechtvaardigen. Een dergelijke redenering is naar mijn mening lariekoek omdat je in principe bij elke verdenking geschorst zou kunnen worden. Die mening is ook hetzelfde gerechtshof toegedaan. In een andere zaak overweegt het gerechtshof dat bij een verdenking van zeer ernstige feiten waarop de 12-jaarsgrond en de geschokte rechtsorde van toepassing zijn alleen sprake kan zijn van een schorsing als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen (ECLI:NL:GHAMS:2017:2479). Kennelijk zijn er verschillende gradaties van persoonlijke omstandigheden:

- Zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;
- bijzondere persoonlijke omstandigheden;
- (gewone) persoonlijke omstandigheden.

Regelmatig heeft een verdachte die zich in voorarrest bevindt weinig dringende omstandigheden, zoals het verlies van een baan, missen van een opleiding, verlies van een woning et cetera. Ondanks het ontbreken van acute omstandigheden kan ik desalniettemin om schorsing van de voorlopige hechtenis verzoeken omdat de verdachte liever zijn proces thuis wil afwachten dan in de gevangenis. De reactie van het Openbaar Ministerie is vrijwel altijd dat elke verdachte dat wil en dat dat persoonlijke belang niet zwaarder dient te wegen dan de belangen strafvordering. Wellicht valt dit in de categorie (gewone) persoonlijke omstandigheden.

De drie W’s (wonen, werken, wijf) worden vaker door rechters genoemd als recidive beperkende factoren

Van verdachten die wel een baan, opleiding of huis dreigen te verliezen hebben zou ik zeggen dat zij in de categorie bijzondere persoonlijke omstandigheden vallen. En als er dan behandelingstrajecten zijn die doorkruist worden bij voortduring van de voorlopige hechtenis zou je die net als het gerechtshof Amsterdam in de bovengenoemde zaak heeft gedaan als zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden kunnen classificeren.

In het geval van mijn cliënt hoefde er geen sprake te zijn van zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden omdat de maximale strafdreiging van de feiten waarvan hij wordt verdacht ‘slechts’ zes jaren betreft. Bijzondere persoonlijke omstandigheden lijkt mij dan voldoende. De drie W’s (wonen, werken, wijf) worden vaker door rechters genoemd als recidive beperkende factoren waardoor het behoud van een baan als valide persoonlijk belang dient te gelden. In het geval het persoonlijke belang dan niet opweegt tegen de belangen van strafvordering zou het beter gemotiveerd moeten worden.

Deze beslissing valt mijns inziens niet uit te leggen aan een verdachte die al ruim vier maanden onder voorwaarden zijn proces thuis mocht afwachten en zich sindsdien keurig aan de regels houdt. Het zure is, en dat is de reden dat ik er een blog wijd, dat er tegen deze beslissing geen appelmogelijkheden zijn en ik bij het indienen van een hernieuwd schorsingsverzoek het verwijt krijg dat dat een verkapt hoger beroep is….


Posted in: Strafrecht