Swipe to the left

Third party funding kan vliegwiel zijn voor verdere ontwikkeling juridische praktijk

Print
Third party funding kan vliegwiel zijn voor verdere ontwikkeling juridische praktijk
By Jurjen Lemstra, Lemstra Van der Korst 11 april 2018 2072 keer bekeken Geen opmerkingen

De capaciteit van de Ondernemingskamer staat onder druk. Een zorgelijke ontwikkeling, want daardoor kunnen ondernemingen en aandeelhouders naar andere, mogelijk minder geschikte, wegen gaan zoeken voor hun geschillenbeslechting. Jurjen Lemstra, advocaat en hoofdredacteur TOP, signaleert enkele opmerkelijke ontwikkelingen in het ondernemingsrecht.

In januari 2013 werd de Wet aanpassing enquêterecht van kracht. De wet maakt deel uit van de modernisering van het ondernemingsrecht. Na enkele jaren moest er een verslag komen over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. De Universiteit van Tilburg voerde deze evaluatie uit en biedt in maart de Tweede Kamer haar bevindingen aan. Daarmee staat het enquêterecht weer in de schijnwerpers, een belangrijke kern van het ondernemingsrecht. “Het enquêterecht ziet op het functioneren van ondernemingen toe en biedt instrumenten voor de oplossing van geschillen of verslechterde verhoudingen binnen die ondernemingen.Het enquêterecht raakt daarbij (ook) de positie van aandeelhouders, bestuurders, interne toezichthouders en werknemers. Enquêterechtelijke geschillen worden voor de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam uitgevochten”, zegt Jurjen Lemstra van advocatenkantoor Lemstra Van der Korst in Amsterdam (zie ook kader onderaan deze bijdrage). Hij signaleert twee belangrijke ontwikkelingen in het ondernemingsrecht. Eén betreft het enquêterecht.

Populair instituut onder druk

“De Ondernemingskamer (OK) is een gespecialiseerde kamer van het Gerechtshof Amsterdam. Naast drie professionele rechters hebben twee lekenrechters (‘Raden’) zitting in de Ondernemingskamer. Dat kunnen fiscalisten, accountants of voormalige bestuurders zijn, maar in elk geval gespecialiseerde leden met een ondernemingsachtergrond. Die mix van professionele rechters en lekenrechters, die de taal van de ondernemers spreken, die jaarrekeningen kunnen lezen en die de complexiteit van ondernemingen kunnen doorgronden, maakt dat ondernemingen en aandeelhouders graag gebruikmaken van dit instituut. Daarmee wordt ook het nut en de waarde van het enquêterecht benadrukt. Maar de toenemende druk op de capaciteit van de Kamer zorgt voor langere wacht- en doorlooptijden.”

‘Toenemende druk op de capaciteit van de Ondernemingskamer zorgt voor langere wacht- en doorlooptijden’

Oog krijgen voor capaciteitsgebrek

Volgens Lemstra werkt de Ondernemingskamer nu met 4,9 fulltime raadsheren die onder hoge druk hun werk doen. “Twee fulltime raadsheren erbij zou al een enorme stap zijn om de oplopende wachttijden op te lossen. Zaken voor beursgenoteerde ondernemingen die zeer veel spoed hebben, worden snel en goed opgepakt. Kijk naar het geschil tussen AkzoNobel en PPG ofde TMG zaak. Maar zaken die iets minder spoed hebben, wachten soms langer dan een jaar op uitspraak. Een zorgelijke zaak voor de betrokkenen in kwestie, die niet weten hoe het met de onderneming verder moet. Maar ook maatschappelijk een punt van zorg, omdat de effectiviteit van een (internationaal) gerenommeerd instituut als de Ondernemingskamer dus onder druk komt te staan. Deze zorg wordt inmiddels breed gedeeld. Hopelijk trekt de evaluatie in de Tweede Kamer de aandacht van de wetgever en krijgt die daarmee oog voor het structurele capaciteitsgebrek bij de Ondernemingskamer. Voor een welvarend land als Nederland, dat in het kader van de promotie van het vestigingsklimaat zelf hoog inzet op de voortreffelijke juridische infrastructuur, moeten twee extra fulltime raadsheren voor de Ondernemingskamer haalbaar zijn.”

Third party funding

Een andere ontwikkeling in het (ondernemings)recht betreft de opkomst van third party funding. Daarbij wordt de advocaat niet door de cliënt betaald, maar door derden. Third party funders willen bij succes flink wat van hun investering terugzien. Lemstra: “Steeds meer commerciële partijen zijn op zoek naar interessante rechtszaken en maken daar hun business case van. Voor sommige rechtszaken zijn grote advocatenteams nodig. De hoge kosten die daarmee gepaard gaan, kunnen veel middelgrote ondernemingen niet ophoesten. De commerciële partij neemt deze kosten voor zijn rekening, in ruil voor een percentage van de opbrengst of een andere vorm van beloning. Van deze vorm van externe financiering wordt steeds meer gebruik gemaakt, in Nederland en daarbuiten. Enerzijds is die ontwikkeling toe te juichen, want zo ontstaan er mogelijkheden om meer kwalitatief hoogwaardige zaken gefinancierd te krijgen. Voorheen kwamen dit soort zaken vaak niet voor de rechter, wegens gebrek aan externe financieringsmogelijkheden en vanwege het verbod aan advocaten om hun diensten op basis van ‘no cure no pay’ aan te bieden.”

‘Met third party funding ontstaan mogelijkheden om meer kwalitatief hoogwaardige zaken gefinancierd te krijgen’

Oppassen voor excessen

“Third party funding kan dus een vliegwiel zijn voor de verdere ontwikkeling van de ‘juridische industrie’. Aan de andere kant moeten we oppassen voor excessen. Het gevaar bestaat immers dat derden met hun beloning een te grote invloed krijgen op de onderneming. En wellicht ook op het gehele rechtsbedrijf. Moeten we daar regels voor gaan opstellen? En welke dan? Die discussie is nu ook al gaande. De beslissing over de processtrategie en die over de vraag of je wel of niet een schikking moet treffen, moeten bij de klant en zijn advocaat blijven liggen.”

Normaliter degens mee kruisen

Ook als hoofdredacteur van het Sdu Tijdschrift voor de Ondernemingsrechtpraktijk (TOP) volgt Lemstra deze ontwikkelingen op de voet. “Recent vierden we het tienjarig jubileum. Het is leuk om te zien dat we met deze uitgave in die tien jaar een vaste plek hebben veroverd en een belangrijke bron zijn voor beoefenaars van het ondernemingsrecht. De TOP-artikelen worden met regelmaat aangehaald in wetenschappelijke literatuur en in ondernemingsrechtelijke jurisprudentie. Het magazine en de bijbehorende app worden zeer gewaardeerd door rechters, wetenschappers en juristen, vooral vanwege de uitvoerige praktijksignaleringen en het feit dat ons tijdschrift wetenschap aan de toepassing in de praktijk koppelt. Die kruisbestuiving vind ik het allermooiste.” Als hoofdredacteur koppelt Lemstra ook onderwerpen aan auteurs. “Sdu zorgt voor logistiek en actueel nieuws. Als redactie zijn wij vrij om per nummer twee of drie verdiepende artikelen te laten schrijven door gezaghebbende auteurs. Overigens biedt de redactie ook een podium voor ‘aanstormend’ talent. Inspirerend is dat we binnen de redactie ook met professionals werken, met wie je in de dagelijkse praktijk de degens kruist. Tijdens de redactievergaderingen gaat het uitsluitend over de gemeenschappelijke belangstelling voor het ondernemingsrecht en de ontwikkeling daarvan.”

Wie is Jurjen Lemstra?

Jurjen Lemstra is gespecialiseerd in het adviseren over en procederen in ondernemingsrechtelijke geschillen. Hij vertegenwoordigt geregeld de belangen van aandeelhouders en belangenorganisaties in enquêteprocedures voor de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Verder is hij onder meer betrokken bij schikkingen en procedures over massaschadeclaims, en is hij als docent verbonden aan het Van der Heijden instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij publiceert regelmatig op zijn vakgebied en is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Ondernemingsrechtpraktijk (TOP).

Posted in: Sdu