Swipe to the left

Uit het leven van een (witwas)officier – op de valreep: over integrale samenwerking bij de bestrijding van overlast en criminaliteit

Print
Uit het leven van een (witwas)officier – op de valreep: over integrale samenwerking bij de bestrijding van overlast en criminaliteit
By 4 maanden geleden 3722 keer bekeken Geen opmerkingen

De afgelopen jaren heb ik geregeld geblogd via de website van Sdu. De blog die u nu onder ogen krijgt is mijn laatste. Als de gemeenteraad van Breda ermee instemt zal ik namelijk vanaf vrijdag 8 juni 2018 aldaar wethouder leefbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, financiën en parkeerbeleid zijn. Aan mijn tijd als officier van justitie komt dan een eind. Mijn toga hangt niet aan de wilgen maar wel aan een knaapje op een verstopt plekje in mijn werkkamer thuis. Niemand weet hoe het in een mensenleven gaat en misschien keer ik nog wel een keer terug als togadrager. Dus ik bewaar die jurk. Maar ook omdat deze toga voor mij het officier-schap representeert. Ik ben het altijd met trots geweest. Wat er ook over me heen kwam.

Een nieuw avontuur
Maar nu is het tijd voor het Openbaar Bestuur. Ik kijk uit naar de nieuwe avonturen die ik daar ga beleven.

Helemaal onwennig ben ik daar niet. De afgelopen tijd heb ik voor het Openbaar Ministerie al geregeld deelgenomen aan lokale driehoeken – vergaderingen van Burgemeester, Korpschef en Openbaar Ministerie. Ik heb me in die rol steeds meer gericht op overheidsbrede samenwerking bij de bestrijding van overlast en criminaliteit. En ik heb gemerkt dat die samenwerking enorm vruchtbaar kan zijn bij die bestrijding. Samen naar een casus of probleem kijken en samen beslissen wie de beste kaarten heeft om het aan te pakken. En die beste kaarten zijn voor degene die het probleem kan oplossen of minimaliseren. Niet zelden is dat in de integrale casuïstiek een andere partij dan het strafrecht.

Ultimum remedium
Strafrecht is ultimum remedium en moet bewaard worden voor de buitencategorie zaken. Niet alleen om filosofische redenen maar ook uit efficiency-overwegingen. Het strafproces wordt doorgaans niet gekenmerkt door snelheid of efficiency. Of dat goed of slecht is, dat is voer voor een andere discussie. Maar het is wel een feit. Voor de oplossing van specifieke overlast en criminaliteitsproblemen is strafrecht dus lang niet altijd de meest geschikte. En daar zit hem de intelligente kneep. Als je vanuit die positie met alle partijen gaat kijken, kom je vaak op hele andere oplossingen die buitengewoon goed kunnen werken.

Een voorbeeld uit de praktijk
Het beste voorbeeld is in mijn optiek de casus van de vastgoed eigenaar. Een baas met meer dan 50 panden in bezit. We stelden vast dat er wel heel erg vaak hennepkwekerijen in zijn panden werden aangetroffen en hadden zo onze bedenkingen bij de al dan niet faciliterende rol van deze pandenbaas. Maar veel verder dan een verdenking kwamen we er niet mee. Bovendien zou dat een onderzoek worden wat zo tijdrovend en arbeidsintensief zou zijn dat het de vraag was of dat de ongewisse uitkomst zou gaan rechtvaardigen. Waar we toen op uitkwamen was eigenlijk briljant in zijn simpelheid. We hebben een wijkagent contact laten leggen met de pandenbaas. Die heeft hem uitgebreid gesproken over onze bedenkingen bij de bevindingen en de verantwoordelijke rol die deze pandenbaas heeft voor bewoning/gebruik van zijn panden. De pandenbaas haastte zich zijn medewerking te willen geven aan het “schoon” houden van zijn panden. De wijkagent heeft daarover concrete afspraken met de pandenbaas gemaakt en die ook vast gelegd. De pandenbaas houdt zich aan die afspraken en heeft concrete stappen gezet om de hennep uit zijn panden te weren. Tot op de dag van vandaag hebben we in zijn panden geen hennep meer gevonden.

Dat is dus nadrukkelijk ook de rol van de overheid. Niet repressief maar preventief. Naar de burgers toe. Laten zien wat de bedenkingen zijn en handreikingen doen om het gedrag compliant te krijgen.

Toevallig is dit voorbeeld dan weer exclusief in de hoek van politie/justitie, maar we hebben veel voorbeelden van casus waarbij een andere overheidsdienst om de hoek kwam kijken.

Ik wens mijn opvolging toe dat die integrale overheidsbrede samenwerking steeds meer vorm krijgt, in repressief opzicht, maar bij voorkeur ook in preventief opzicht. Het spreekwoord “voorkomen is beter dan genezen” is een prachtig cliché. Prachtig omdat het zo waar is.

En nu op naar Breda!

Posted in: Strafrecht