Swipe to the left

​Vertrouwen is goed, controle is een must

Print
​Vertrouwen is goed, controle is een must

In het strafrecht spelen processen-verbaal (hierna: pv’s) van de politie een essentiële rol. Deze pv’s zijn de resultaten van de opsporingsactiviteiten en vormen uiteindelijk de basis voor de besluitvorming van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) wel/niet over te gaan tot vervolging. Gezien het belang van pv’s in een strafzaak mogen daar zware eisen aan worden gesteld. Voor een deel zijn deze eisen vastgelegd in wet -en regelgeving. Zo is in artikel 152 lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv) vastgesteld dat de opsporingsambtenaar ten spoedigste een pv opmaakt van het door hem opgespoorde strafbare feit. Artikel 153 lid 1 Sv bepaalt onder andere dat het pv ambtsedig wordt opgemaakt. Hiermee wordt voor de strafrechter in feite een extra bewijskracht gefaciliteerd. Is dat zonder meer terecht? Deze vraag is niet met ja of nee te beantwoorden.

Kentering in de jurisprudentie

De praktijk – en dat geldt ook voor de strafrechtpraktijk – is weerbarstig. Nuance is geboden. Feit is wel dat een meerderheid van Nederlandse strafrechtadvocaten twijfelt aan de juistheid van door opsporingsambtenaren opgestelde pv’s. Ook wij merken meer dan eens in het vervolg van een strafzaak dat relevante onderdelen ontbreken of passages worden ingevuld door opsporingsambtenaren, waar wij achter (kunnen) komen nadat de geregistreerde opnames door ons worden teruggeluisterd. Wij proberen indien enigszins mogelijk verhoorbijstand te verlenen aan onze cliënten, ter voorkoming van latere discussies over de totstandkoming van afgelegde verklaringen. Dit recht hebben verdachten sinds 1 maart 2016, nadat de Hoge Raad op 22 december 2015 een ommezwaai had gemaakt (HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608).

Opsporingsambtenaren selecteren regelmatig tijdens verhoren wat zij zelf relevante informatie vinden, waardoor soms cruciale informatie in de uitwerking van verhoren van zowel verdachten als getuigen in pv’s ontbreekt. Mogelijke oorzaken kunnen zijn scoringsdrift, tijdsdruk en tunnelvisie. In feite zijn het communicerende vaten die de verdachte minimaal op achterstand zetten.

De Arnhemse Villamoord

Momenteel is een herziening aanhangig bij de Hoge Raad in de zogenoemde Arnhemse Villamoord zaak uit 1998. Hoewel de Hoge Raad (nog) niet heeft vastgesteld dat sprake is van een gerechtelijke dwaling, is al wel bekend dat uit een onafhankelijk onderzoek is gebleken dat de rechercheurs structureel druk hebben uitgeoefend op de verdachten om te bekennen. De rechercheurs schreeuwden, sloegen op tafel, dreigden met lange gevangenisstraffen en schermden met niet bestaand bewijs. Deze manier van verhoren vergrootte de kans op onjuiste veroordelingen, stelt de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken die de Hoge Raad adviseert.
Voorts heeft reeds één betrokkene jaren later verklaard dat hij onder druk een valse bekentenis heeft afgelegd, terwijl enkel zijn bekentenis en die van één andere verdachte tot het bewijs zijn gebezigd om negen mannen te veroordelen. Eén van de mannen pleegde later in zijn cel zelfmoord. Hij liet een briefje achter waarop hij geschreven had dat hij onschuldig vastzat.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft begin dit jaar naar aanleiding hiervan opdracht gegeven om DNA-onderzoek uit te voeren. De uitkomst daarvan zal hoogstwaarschijnlijk bepalend zijn of het herzieningsverzoek zal slagen.

Een geluk bij een ongeluk was dat het in voornoemde zaak ging om een zeer ernstige zaak. Het betrof een roofmoord, waardoor toen al was besloten de verhoren audiovisueel op te nemen. Hierdoor kreeg de raadsman twintig jaar na dato de mogelijkheid om zijn standpunt bij te zetten door terug te vallen op de opnames van de verhoren.

Opnamen van verhoren minder ernstige zaken

Sinds een aantal jaren wordt er ook in ‘minder’ ernstige zaken gebruik gemaakt van opnamen van verhoren. Hierdoor krijgen de strafrechtadvocaten een extra instrument om nader onderzoek te doen naar waarheidsvinding, althans dat is het idee. Deze opnamen maken in beginsel geen onderdeel uit van het strafdossier. De verdediging dient hier expliciet om te vragen. En zelfs dan is het geen uitgemaakte zaak. Vaak verzet het OM zich tegen het verstrekken van de opnames, waarna de rechtbank -na een belangenafweging-een beslissing moet nemen op het verzoek. Onlangs heeft de rechtbank Overijssel in het belang van de verdediging bepaald dat een afschrift van de geluidsopnames van de getuigenverhoren moet worden verstrekt aan de verdediging (Rechtbank Overijssel 18 januari 2019, parketnr. 8.910022.18).

Onderzoeksresultaten

In opdracht van Politie Wetenschap onderzocht het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR, Amsterdam) samen met de Universiteit Leiden pv’s van verdachtenverhoren en de toenemende invloed van beeld en geluid.

Wij willen de belangrijkste aanbevelingen uit dit onderzoek met u delen:

  1. Standaard toevoegen van auditieve opname aan het dossier
    Aanbevolen wordt om standaard auditieve opnamen van verdachtenverhoren in het dossier toe te voegen. Het pv dient wel de belangrijkste punten van het verhoor te geven, liefst door een zo letterlijk mogelijke uitwerking.
  2. Letterlijker weergave in proces-verbaal
    Het maken van letterlijke transcripties van verhoren is ongewenst. Aanbevolen wordt -in tegenstelling tot de uitkomsten uit het onderzoek – confrontaties met verdachte te verbaliseren. Voorts wordt aanbevolen non-verbaal gedrag van verdachte dat opvalt te verbaliseren.
  3. Non-verbaal gedrag van verhoorder verbaliseren?
    Minder stellig, maar wel aangedragen door enkele deskundigen. Om een ‘machtsevenwicht’ te bevorderen zou -hoewel moeilijk te realiseren – het non-verbale gedrag van de verhoorders ook moeten worden verbaliseerd, in (elk geval) die gevallen waarbij het non-verbale gedrag van de verdachte is geverbaliseerd. Wellicht dat deze ‘aanbeveling’ ertoe leidt dat (de noodzaak van) het verbaliseren van het non-verbale gedrag van verdachte uiterst behoedzaam en terughoudend dient te worden beoordeeld.
  4. Reactie verdachte op uitgewerkt pv verbaliseren
    Uit het pv zou duidelijker moeten blijken of de verdachte het pv heeft gelezen alvorens het te ondertekenen en of hij nog opmerkingen heeft gemaakt over de uitgewerkte opgeschreven verklaring. Bij conflict moeten beide standpunten duidelijk in het pv tot uiting worden gebracht. Dit geldt ook voor niet gevolde wijziging(en) van de advocaat. Deze dienen genoteerd te worden in het pv.
  5. Groter bewustzijn bij rechters en andere procesdeelnemers
    Een groter bewustzijn van de beperktheid van schriftelijke vastleggingen is in zijn algemeenheid gewenst. Artikel 153 lid 1 Sv geeft geen vrijbrief om af te zien van eigen c.q. zelfstandig onderzoek naar het waarheidsgehalte van een pv. Om de werkelijkheid te ‘toetsen’ zijn audiovisuele en auditieve opnamen beter geschikt: zij zouden derhalve op grotere schaal beschikbaar moeten zijn.
  6. Beoordelen non-verbaal gedrag
    Procesdeelnemers zouden zich bewust moeten zijn van de mogelijke invloeden van non-verbaal gedrag op het schuldoordeel: non-verbaal gedrag beïnvloedt het oordeel over de verdachte en zijn verklaring in belastende zin, terwijl het niet zeker is dat een hoger schuldoordeel terecht is. Aanbeveling B en C brengen een grotere verantwoordelijkheid met zich mee. Aanbevolen wordt procesdeelnemers meer te onderwijzen op het belang van non-verbaal gedrag.
  7. Grotere en eenvoudiger beschikbaarheid opnamen van verhoren
    Van alle verdachtenverhoren dienen opnamen te worden gemaakt en deze dienen aan alle procesdeelnemers ter beschikking te worden gesteld. Hierbij wordt verwezen naar Engeland en Wales die sinds 1985 een dergelijke verplichting hebben ingevoerd. Gesuggereerd wordt ook getuigenverhoren op te nemen, maar deze suggestie krijgt nog geen ‘body’, omdat het geen onderdeel heeft uitgemaakt van het onderzoek.
  8. Grotere openbaarheid en onmiddellijkheid
    Aanbevolen wordt ook in andere verhoorsituaties (verhoor door de rechter-commissaris, verhoren op de terechtzitting, getuigenverhoren, verhoren in de raadkamer) auditieve of audiovisuele opnamen te maken. Voorts wordt een groter gebruik van beeld en geluid bij het bewijs aangeraden. Vooral bij technische aspecten aan de zaak, zoals bij letselonderzoek, wordt onvoldoende gebruik gemaakt van beeldmateriaal. Naast de controlemogelijkheden die zij bieden, kan het gebruik van beeld en geluid de levendigheid en aantrekkelijkheid van de zitting vergroten en daarmee de onmiddellijkheid en kwaliteit van de strafprocedure bevorderen.

Hoewel sommige van de hiervoor opgesomde aanbevelingen voor de hand liggen, lijkt het ons raadzaam hier aandacht aan te besteden.

We zijn begonnen (zij het met een bescheiden twist) en eindigen graag met een andere wijsheid van Vladimir Ulyanov Lenin: Een leugen die vaak genoeg verteld wordt, wordt op den duur zelf waarheid.


Posted in: Strafrecht