Swipe to the left

Wet middelenonderzoek bij geweldplegers: weer gaan we een stap verder dan het buitenland!

Print
Wet middelenonderzoek bij geweldplegers: weer gaan we een stap verder dan het buitenland!

Het is nog een gekke gewaarwording om een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) te vinden in een ‘standaard’ geweldszaak. Afgelopen week was dit weer het geval. Het is terug te voeren op artikel 55d en 55e van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Deze artikelen zijn de vruchten van het wetsvoorstel ‘terugdringen van geweld onder invloed van middelen’(Kamerstukken II 2013/14, 33799) , dat uiteindelijk heeft geleid tot de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (hierna: “Wet”).

Het doel van de Wet
Met deze Wet heeft het kabinet het geweld onder invloed van alcohol en drugs willen terugdringen. Nadere bestudering van de Wet leert ons echter dat vooral handvatten worden gegeven aan het Openbaar Ministerie, zodat de informatie uit de alcohol –en/of drugstest kan worden betrokken bij het formuleren van de strafeis of afdoening. Middelengebruik wordt objectief vastgesteld. Indien de geweldpleger alcohol en/of drugs heeft gebruikt, dan kan het Openbaar Ministerie een zwaardere straf eisen. Denk hierbij aan een hogere boete of langere taakstraf of zelfs een gevangenisstraf. Het Openbaar Ministerie kan ook extra bijzondere voorwaarden eisen die samenhangen met het middelengebruik, zoals een alcoholverbod, locatieverbod of locatiegebod en gedragsinterventies die betrekking hebben op overmatig middelengebruik. De verwachting is dat (vooral) verdachten op het gebied van uitgaans –en voetbalgeweld het kind van de rekening zullen worden. Hogere straffen en oplegging van een locatieverbod-/gebod ligt meer dan ooit op de loer.

New kid on the block: de drugstest
De Wet is gefaseerd geïmplementeerd. Per 1 januari 2017 begon de politie in een aantal startgebieden met alcoholtesten: Eindhoven, Alkmaar, Putten, Ermelo en Harderwijk. Sinds juli 2017 wordt de Wet landelijk uitgevoerd op zowel alcohol als drugs. Vooral om de drugstest is veel om te doen (geweest). De invoering is twee keer uitgesteld en er zijn Kamervragen gesteld, omdat de nieuwe drugstest problematisch is voor mensen met ADHD medicatie. Daar het gaat om dezelfde drugstest –in de volksmond speekseltest genoemd – kunnen we dezelfde problemen –naast de WVW-zaken - ook in geweldszaken verwachten. De vragen hadden betrekking op het gebruik van dexamfetamine. Mensen met ADHD krijgen regelmatig medicatie voorgeschreven waar dexamfetamine in zit. De zogenoemde speekseltester test op een aantal stoffen, waaronder amfetamine. Amfetamine kan rechts –en linksdraaiend zijn. Rechtsdraaiende amfetamine is dexamfetamine. Dexamfetamine wordt derhalve in die gevallen door de speekseltester gedetecteerd en de grenswaarde voor amfetamine is dan van toepassing. Hiermee is de benadeling van deze groep mensen een gegeven, omdat ten onrechte deze (groep) mensen worden geconfronteerd met de nadelige uitkomst uit de drugstest, terwijl zij helemaal geen drugs hebben gebruikt waar de wetgever het oog op had bij de invoering van de Wet. De Minister heeft naar aanleiding van Kamervragen inmiddels de uitzondering aangekondigd op strafbaarstelling indien sprake is van stoffen in het lichaam die in verband zijn te brengen met een medisch voorschrift.

Testen
Alle verdachten van geweldsmisdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten kunnen getest worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om verdenking van mishandeling, bedreiging, moord, maar ook vandalisme, seksueel geweld en geweld tegen dieren. Het kan ook gaan om anderen dan de feitelijke geweldpleger, zoals degenen die de verdachte aanmoedigen. Denk j bijvoorbeeld aan artikel 141 Sr (openlijke geweldpleging). Ook bij dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld in de vorm van nalatigheid, en zwaar lichamelijk letsel door schuld in de vorm van roekeloosheid, kan worden getest. Op deze strafbare feiten staat geen voorlopige hechtenis, maar deze expliciet genoemd in artikel 55d Sv.

Let wel, niet alle geweldverdachten (kunnen) worden getest! Er moet een aanwijzing zijn dat een verdacht alcohol en/of drugs heeft gebruikt. De opsporingsambtenaar, doorgaans de politie, bepaalt of er getest wordt of niet. Dat gebeurt op basis van uiterlijke kenmerken van de verdachte, zoals spraak, geur van de adem, pupillen of een wankele houding. Deelname aan de test is verplicht. Bij een weigering kan de verdachte worden vervolgd op basis van artikel 184 Sr (negeren van een ambtelijk bevel). Dat betekent een gevangenisstraf van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de zgn. tweede categorie. Daarnaast kan de verdachte ook nog worden vervolgd voor het geweldsdelict zelf.

Als de test positief is, de uitkomst dus wijst op middelengebruik, dan wordt op de voet van artikel 55e Sv een vervolgonderzoek ingesteld. Dat vervolgonderzoek bestaat bij een vermoeden van alcoholgebruik uit een ademanalyse. Bij een onvoltooide ademanalyse en bij een vermoeden van drugsgebruik gaat het altijd om een bloedonderzoek. Bij een bloedonderzoek wordt een arts of verpleegkundige ingeschakeld, die bloed afneemt bij de verdachte. Dit bloedmonster wordt uiteindelijk door het NFI geanalyseerd. De uitslag van de blaastest, speekseltest, ademanalyse én bloedanalyse dient uiteindelijk te worden opgenomen in het proces-verbaal. Naar onze overtuiging dient in het belang van de beoordeling van de strafzaak ook een afzonderlijk proces-verbaal van bevindingen van de betrokken opsporingsambtena(a)r(en) te worden opgemaakt, zodat achteraf in ieder geval kan worden gecontroleerd waarom in de opsporingsfase in het specifieke geval is overgegaan tot het onderwerpen van de geweldverdachte(n) aan een alcohol –en/of drugstest.

Tegenonderzoek
In tegen stelling tot verkeerszaken (artikel 163 lid 10 WVW) is het recht op tegenonderzoek bij geweldszaken niet wettelijk bepaald. Desondanks bestaat het recht op tegenonderzoek wel, dit volgt namelijk uit artikel 18 van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers. Dit artikel schrijft voor dat de opsporingsambtenaar de verdachte binnen een week na ontvangst van de uitkomst van het onderzoek schriftelijk in kennis stelt van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek (daarbij wordt het sporenidentificatienummer vermeld). De verdachte moet het tegenonderzoek zelf betalen. Het tegenonderzoek verloopt altijd via bloedonderzoek. De verdachte heeft een vrije laboratoriumkeuze, maar het laboratorium moet wel geaccrediteerd zijn en deskundig zijn in het maken van bio-analyses. Indien uit het tegenonderzoek blijkt dat het middelengebruik lager was dan de wettelijk vastgestelde grenswaarden, dan kan de verdachte de kosten van het tegenonderzoek vergoed krijgen.

Braafste jongetje van de klas
Nederland is het enige land waar een zwaardere straf geëist kan worden wanneer sprake is van middelengebruik bij geweld. In andere landen wordt vooral in het verkeer getest op alcohol en/of drugs. Daar waar buiten het verkeer getest kan worden op middelengebruik, gebeurt dat vooral in een vrijwillig kader en om de daders te motiveren tot een behandeling van hun verslaving.

In Groot-Brittannië wordt ook op drugs getest bij geweld (geen test op alcohol), maar alleen met het doel om de verdachte onder behandeling te krijgen. Ons voorstel zou zijn te handelen naar dit Britse model. Hiermee is voldoende, het voornemen van het kabinet om geweld onder invloed van alcohol en/of drugs terug te dringen, gewaarborgd. Daarnaast doen wij hierbij de suggestie bij wet te regelen dat bij een positief testresultaat de (piket)advocaat in kennis wordt gesteld zonder dat hiervan afstand kan worden gedaan De verdachte wordt dan hoe dan ook bijgestaan door een advocaat die in een pril stadium van het strafproces bijstand kan bieden, waarbij in het bijzonder kan worden beoordeeld of de verdachte gelet op het gebleken middelengebruik wel al in staat is het verhoor te ondergaan. Dit is een belangrijke waarborg voor de verdachte, maar ook in het belang van de waarheidsvinding want aan een verklaring die onder invloed is afgelegd kan (ook) een rechter bij de beoordeling van de zaak moeilijk waarde hechten Als Nederland het braafste jongetje van de klas wil blijven met deze Wet, dan verdient de positie van de verdachte in volle omvang aandacht: we zijn er nog niet bij enkel een gebleken positief testresultaat.