Antikraakbewoning is geen verhuur van onroerende zaken


Wet OB 1968

Een vennootschap stelde vastgoed dat in afwachting van de definitieve bestemming leegstand ter beschikking aan zogenoemde ‘antikraakbewoners’. Deze tijdelijke bewoners betaalden hiervoor een vergoeding aan de bv. Tussen de bewoners en de bv werd een bruikleenovereenkomst gesloten die zodanig was geredigeerd dat huurbescherming voorkomen zou moeten worden.
De bv kwalificeerde de vergoeding als huurinkomsten en mitsdien als prestatie die van omzetbelasting vrijgesteld is op grond van art. 11, lid 1, aanhef en letter b, Wet OB 1968. De inspecteur bestrijdt dit standpunt en wordt hierin gelijkgesteld door Hof Den Haag. De ter beschikkingstelling van leegstaande panden voor antikraakbewoning is, gegeven de gesloten bruikleenovereenkomsten, geen verhuur van onroerende zaken. Ter zake is derhalve een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.
(Hof Den Haag 07/00225, 24 april 2008)

Verder lezen
Terug naar overzicht