Medezeggenschapsrecht

Het medezeggenschapsrecht heeft raakvlakken met het arbeidsrecht en ondernemingsrecht. De ondernemingsraad (OR) en de Wet ondernemingsraad (WOR) staan centraal in dit rechtsgebied. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) verplicht de ondernemer de werknemers tot op zekere hoogte te betrekken bij belangrijke beslissingen binnen de onderneming waardoor zij worden geraakt. De ondernemingsraad heeft tot taak de werknemers binnen de onderneming te vertegenwoordigen het overleg met de ondernemer te voeren.

Personeelsvertegenwoordiging (PVT) of Ondernemingsraad (OR) op vrijwillige basis

In ondernemingen met 10 tot 50 werknemers kan de ondernemer op vrijwillige basis een OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT) instellen. Instelling van een PVT is verplicht indien de CAO dit voorschrijft of als de meerderheid van de werknemers daarom vraag.

Verplichte OR

Iedere ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 50 werknemers werkzaam zijn, is verplicht een OR in te stellen (art. 2 WOR). Om de medezeggenschap in complexe en grote organisaties effectief vorm te geven, zijn in de WOR een aantal bepalingen opgenomen die het mogelijk – of zelfs verplicht maken – om andere medezeggenschapsorganen in te stellen. Dat kan bij voorbeeld een groepsondernemingsraad (GOR), een centrale ondernemingsraad (COR) of een gemeenschappelijke ondernemingsraad (GeOR).  

Adviesrecht van de OR

Op grond van artikel 25 WOR is de ondernemer verplicht de OR schriftelijk advies te vragen over een aantal – limitatief opgesomde – besluiten van financiële, economische en/of organisatorische aard. Denk daarbij aan: een belangrijke inkrimping of een belangrijke investering. Het moet gaan om belangrijke besluiten die van invloed zijn op de continuïteit van de onderneming en gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. Uit jurisprudentie volgt dat het gewicht van het besluit, de aard en de omvang van de activiteiten van de onderneming en het aantal werknemers waarvoor het besluit belangrijke gevolgen heeft van belang zijn voor de vraag of een besluit als belangrijk moet worden beschouwd. Ook moet er sprake zijn van een voorgenomen besluit. Het advies moet worden gevraagd op een tijdstip dat dit nog van wezenlijke invloed is. 

 Als de OR negatief adviseert, kan de OR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam. De Ondernemingskamer toetst of de ondernemer bij de afweging van alle belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dit is een marginale toets. De Ondernemingskamer kan oordelen dat een besluit kennelijk onredelijk is en voorzieningen opleggen. Zo kan de Ondernemingskamer de ondernemer verplichten het besluit in te trekken en de gevolgen ongedaan te maken. Ook kan een verbod tot uitvoering van het besluit worden uitgesproken. 

Instemmingsrecht van de OR

Het instemmingsrecht van de OR ziet op sociale besluiten (artikel 27 WOR). Denk daarbij aan voorgenomen besluiten tot vaststellen, wijzigen of intrekken van een winstdelingsregeling, een beloningssysteem, een regeling op het gebied een personeelsbeoordeling en arbeidstijdenregelingen. Het besluit moet van algemene strekking zijn en zien op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen. Het gaat uitdrukkelijk niet om primaire arbeidsvoorwaarden (hoogte van de beloning of een aanpassing van een beloningsbeleid is niet instemmingsplichtig (JAR 2000/86).

Het gaat hier om een zware bevoegdheid van de OR: zonder instemming van de OR is het besluit niet rechtsgeldig genomen, tenzij de kantonrechter vervangende toestemming geeft.  Wanneer de OR geen instemming heeft verleend, kan hij de nietigheid van het besluit inroepen. Dit moet uiterlijk binnen een maand nadat de OR bekend werd dat het besluit is genomen. De kantonrechter toetst terughoudend of de beslissing van de OR om instemming te onthouden onredelijk is. 

Ontslagbescherming OR-leden

Voor werknemers die betrokken zijn bij de medezeggenschap geldt ontslagbescherming. Met invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015 is de rechtsbescherming van het OR-lid verzwakt. De ontslagbescherming is per 1 juli 2015 opgenomen in art. 7:670 lid 4 en 10 BW. De bescherming tegen benadeling van OR-leden (individueel of collectief) is neergelegd in artikel 22 WOR.  De OR-leden zijn tijdens een bepaalde periode beschermd tegen opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De werknemer kan de kantonrechter verzoeken een billijke vergoeding toe te kennen of de vernietiging te verzoeken. Bij een ontslag op staande voet geldt het opzegverbod niet. Dat geldt ook bij beëindiging wegens bedrijfseconomische redenen. 

Wat biedt Sdu op het gebied van medezeggenschapsrecht?

We tonen u graag een selectie van de vakinformatie op het gebied van het medezeggenschapsrecht. Op deze pagina vindt u actuele content die we samen met experts uit de rechtspraktijk creëren.

In OpMaat Onderneming en Recht, ondernemingsrecht en arbeidsrecht vindt u naast nieuws en officiële publicaties ook jurisprudentie uit de «JOR» en de «JAR»  op het gebied van het medezeggenschapsrecht. De belangrijke wet- en regelgeving op het gebied van het medezeggenschapsrecht zijn becommentarieerd in het Sdu Commentaar ondernemingsrecht en het Sdu Commentaar Arbeidsrecht. Inzicht in de OR (www.inzichtindeor.nl) biedt naast jurisprudentie en toelichtingen op relevante wetsartikelen ook handige tools en modellen. 

Medezeggenschapsrecht in de webshop

Naar de webshop

Toegang tot al onze juridische informatie?

    • Neem een dag- of weekabonnement op onze online databank OpMaat
    • Krijg direct toegang tot al onze bronnen en vindt het antwoord op uw zoekvraag
Meer informatie
(- Artikelen)

Uit het archief

Meer artikelen laden