Bezwaar tegen schenkingsaanslag aan onbekende verkrijger (2003.48.3593)


E overlijdt in 1998. In zijn testament heeft hij X en Y benoemd tot zijn enige erfgenamen. In de successieaangifte is het adres van X als domicilieadres vermeld. Bij controle van deze aangifte constateert de inspecteur dat voorafgaand aan E’s overlijden grote bedragen van zijn bankrekening zijn opgenomen. Hij ziet hierin een belaste schenking. Omdat de persoon van de begiftigde niet bij de inspecteur bekend is, wordt de schenkingsaanslag in verband met het bepaalde in art. 29 SW opgelegd aan een onbekende verkrijger. De inspecteur…

Verder lezen