Commissie Gelijke Behandeling 20-07-1999, JAR 1999, 179


Gelijke behandeling. Zwangerschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 179.

Een advocaat-stagiaire kan als gevolg van haar zwangerschapsverlof en bevallingsverlof met ingang van 27 mei 1999, haar stageperiode van drie jaar, eindigend op 4 september 1999, niet afronden. De plaatselijke orde van advocaten heeft in verband hiermee de stageperiode van de advocaat-stagiaire verlengd. Als beleid geldt dat in geval van onafgebroken ziekte van meer dan twee maanden de stageperiode wordt verlengd met een periode van het meerdere. Voor zwangerschap heeft men geen beleid en dus wordt het beleid bij ziekte analoog toegepast. De advocaat-stagiaire stelt dat de orde hiermee onderscheid maakt naar geslacht en in strijd handelt met de Wet gelijke behandeling (WGB). Zij legt de zaak voor aan de Commissie Gelijke Behandeling. De Commissie overweegt dat op grond van de WGB het niet is toegestaan direct of indirect onderscheid te maken met betrekking tot de voorwaarden voor de toegang tot en de mogelijkheid tot uitoefening van en ontplooiing binnen het vrije beroep. Volgens vaste jurisprudentie van het HvJ EG is er niet alleen sprake van onderscheid wanneer verschillende regels worden toegepast op vergelijkbare gevallen, maar ook indien dezelfde regel wordt toegepast op verschillende situaties. Het HvJ EG is van oordeel dat arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap een ander geval is dan een andersoortige arbeidsongeschiktheid. De orde stelt in dit geval echter zwangerschap en ziekte op één lijn en houdt geen rekening met de specifieke oorzaak van de afwezigheid in verband met zwangerschap. Omdat zwangerschapsverlof per definitie langer duurt dan twee maanden en alleen vrouwen zwanger worden, worden alleen vrouwen door het afwezigheidsbeleid van de orde benadeeld. De Commissie erkent dat de orde bij het te voeren beleid inzake verlenging van de stageperiode rekening moet houden met de eisen van bekwaamheid, die voor een behoorlijke beroepsuitoefening noodzakelijk zijn. De orde zou in geval van zwangerschap kunnen toetsen of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en de noodzakelijke praktijkervaring aanwezig is. Door het ontbreken van een individuele beoordeling, in geval van verlenging wegens afwezigheid door zwangerschapsverlof, maakt de orde echter direct onderscheid op grond van geslacht.

Terug naar overzicht