Commissie Gelijke Behandeling 29-12-2000, JAR 2001, 27


Gelijke behandeling. Onderwijs. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 27.

Een lerares is werkzaam in het voortgezet onderwijs en verdient aanmerkelijk minder dan haar collega's. Zij stelt dat hier sprake is van ongelijke behandeling. Zij wijt dit aan het feit dat bij de inschaling geen rekening wordt gehouden met eerder opgedane en onbetaalde werkervaring. De commissie stelt haar in het gelijk en stelt vast dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen indirect onderscheid maakt op grond van geslacht. De salarisvoorschriften voor het voortgezet onderwijs (voor de instandhouding waarvan de minister medeverantwoordelijk is) gaan bij het vaststellen van het salaris uit van het criterium laatstgenoten salaris en houden geen rekening met eerdere onbetaalde ervaring. Voorts laten deze salarisvoorschriften beloningsverschillen die bij het aanvang van het dienstverband op grond van verschil in ervaring zijn ontstaan gedurende het gehele verdere loopbaantraject voortbestaan door de wijze waarop ervaring wordt beloond. Ten slotte kennen de salarisvoorschriften salarisaanspraken toe die uitgaan boven het maximum van de functionele salarisschaal aan leerkrachten in het voortgezet onderwijs die op of voor 1 april 1985 in dienst waren

Terug naar overzicht