CRvB 22-02-2001, JAR 2001, 156


Gezagsverhouding (detachering ambtenaar bij privaatrechtelijk bedrijf). Competentie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 156.

De ambtenaar is op 1 april 1968 bij de gemeente in dienst getreden. Vanaf 1989 is hij gedetacheerd geweest bij een privaatrechtelijke vennootschap. Bij besluit van 14 november 1996 is de ambtenaar ontslagen vanwege een incident waarbij hij iemand met een stok heeft geslagen. De ambtenaar heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in dat verband ambtshalve de vraag aan de orde gesteld of de ambtenaar nog wel ambtenaar was gelet op de lange duur van zijn detachering. De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord op grond van het feit dat de vennootschap waar de ambtenaar werkte geacht moet worden tot de openbare dienst te behoren, gelet op de overwegende invloed die de gemeente in deze vennootschap heeft. In appèl geeft de CRvB aan dat naar zijn mening de vennootschap niet tot de openbare dienst behoort. Niettemin acht de CRvB het oordeel van de rechtbank correct, maar dan op grond van het feit dat, anders dan de CRvB in eerdere uitspraken heeft geoordeeld, ambtenaarschap dat door aanstelling is ontstaan niet langs andere weg verloren kan gaan dan door ontslagverlening op één van de daartoe in de wet- en regelgeving vastgelegde grondslagen. Detachering behoort daar niet toe, zodat het ambtenaarschap behouden blijft ondanks de bezwaren die aan langdurige feitelijke tewerkstelling buiten de overheidsdienst verbonden kunnen zijn. Eén en ander volgt blijkens het nader oordeel van de CRvB uit het gesloten stelsel van ontslaggronden dat ten aanzien van ambtenaren tot uitdrukking is gebracht in art. 125 Ambtenarenwet en uit de aan dat stelsel in samenhang met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet te ontlenen rechtszekerheid met betrekking tot de toegang tot de (bestuurs)rechter. Het ontslag als zodanig acht de CRvB overigens terecht gegeven

Terug naar overzicht