De Crisis- en herstelwet in vogelvlucht


Op 31 maart 2010 is de ongekend snel tot stand gekomen Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden1. Met de invoering van deze wet doet de wetgever een poging om de economische crisis waar bouwend Nederland in verkeert, te bestrijden door de versnelling en vereenvoudiging van ruimtelijke procedures. De Chw heeft met name tot doel infrastructurele projecten en grote bouwprojecten te versnellen. De wet moet ervoor zorgen dat grote projecten versneld doorgang kunnen vinden met behoud van werkgelegenheid. Ook moet de wet zorgen voor meer duurzaamheid, bereikbaarheid en economische groei. Of de Chw daadwerkelijk de beoogde effecten zal hebben, moet nog blijken. In de literatuur zijn stevige vraagtekens bij de versnellings- en vereenvoudigingsmogelijkheden van de wet gezet. Bij de behandeling in de kritische Eerste Kamer2 gaf de regering ook aan dat de Chw een experimenteel karakter heeft en dat de precieze effecten na invoering in de praktijk pas zullen blijken.

mr. L.M. Muetstege

mr. J. van Vulpen

1 Algemeen

De Chw bevat tijdelijke maatregelen voor projecten en bevoegdheden die zijn genoemd in de eerste twee hoofdstukken en op de drie bijlagen van de wet, die vervallen op 1 januari 2014. De wet voorziet ook in definitieve wijzigingen in de bijzondere wetten van het omgevingsrecht. In grote lijnen kent de wet vijf delen. Een deel met tijdelijke maatregelen (hoofdstuk 1 en 2), de introductie van twee nieuwe planfiguren (hoofdstuk 2), een deel met permanente wijzigingen aan andere wetten (hoofdstuk 3), wijzigingen aan lagere regelgeving (hoofdstuk 4) en tot slot overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 5).

Een…

Verder lezen
Terug naar overzicht