EHRM 14-03-2002 (Nafria/Spanje), JAR 2002, 137


Ontslag op staande voet (klokkenluider).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 137.

De werknemer is als inspecteur in dienst geweest bij de Bank van Spanje en heeft daarna enige tijd voor een particuliere kredietinstelling gewerkt. Op enig moment heeft deze bank na een controle haar vergunning verloren. De Bank van Spanje heeft daarop een disciplinaire procedure tegen de werknemer opgestart. De werknemer is van mening dat het onderzoek in het kader van deze procedure niet zorgvuldig is uitgevoerd. Hij heeft een brief daarover geschreven aan de vice-president van de Bank waarin hij ook beschuldigingen heeft geuit over ernstig onreglementair handelen door meerdere hogere ambtenaren van de Bank, waaronder de president. Twee weken later wordt de werknemer ontslagen. Hij stelt dat hij een klokkenluider is en dat zijn ontslag in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Omdat de Bank in hoger beroep in het gelijk wordt gesteld, dient de werknemer een klacht in bij het EHRM. Het EHRM stelt vast dat het ontslag een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van de werknemer oplevert. De vraag is of hiervoor een rechtvaardiging is te vinden. Het hof oordeelt dat de inbreuk is voorzien bij wet, zoals art. 10 lid 2 EVRM vereist, en dat er een legitiem doel mee werd nagestreefd, namelijk het beschermen van de reputatie en rechten van anderen. Ook kan gezegd worden dat het ontslag voldoet aan het criterium dat het noodzakelijk was in een democratische samenleving. In dit verband acht het hof in de eerste plaats van belang dat de Spaanse rechters de opmerkingen van de werknemer nauwkeurig hebben geanalyseerd. De opmerkingen over de gedragingen van de hoge ambtenaren zijn voorts niet gedaan in het kader van een publiek debat over een kwestie van algemeen belang, doch zijn veeleer, gelet op de ernst en toon ervan, aan te merken als een persoonlijke aanval op de ambtenaren. Verder heeft de werknemer geen bewijs geleverd van zijn beschuldigingen en heeft hij deze niet impulsief mondeling geuit, maar weloverwogen op schrift gesteld. Eén en ander brengt mee dat de werknemer de aanvaardbare grenzen van het uitoefenen van kritiek te buiten is gegaan en daarom geen aanspraak kan maken op bescherming van zijn vrijheid van meningsuiting.

Terug naar overzicht