Omzetbelasting

Omzetbelasting: een introductie

In de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt de belasting over de toegevoegde waarde, btw, geregeld. Dit is een zogenaamde indirecte belasting. De belasting is onderdeel van de prijs van goederen en diensten. Dit roept bij de belastingplichtigen minder weerstand op dan bijvoorbeeld de inkomstenbelasting, een directe belasting. De btw brengt het meeste geld op voor de Nederlandse schatkist.

Btw in de praktijk

In grote lijnen is het systeem van de omzetbelasting even slim als eenvoudig. Ondernemers berekenen btw aan hun klanten. Zij moeten dit afdragen aan de Belastingdienst. Tegelijkertijd krijgen ze de btw die ze zelf in rekening hebben gekregen van leveranciers terug van de Belastingdienst. Per saldo draagt elke ondernemer dus de btw af over de waarde die hij zelf heeft ‘toegevoegd’ (verschil inkoop-verkoopprijs), vandaar de term ‘belasting toegevoegde waarde’. Het is de consument die uiteindelijk alle btw krijgt doorberekend.

De heffing van btw is in Europees verband geharmoniseerd. Lidstaten van de Europese Unie mogen niet afwijken van de Europese Btw-richtlijn. Zij mogen wel zelf het tarief bepalen.

De omzetbelasting in drie btw-tarieven

In Nederland worden drie  btw-tarieven gehanteerd. Het algemene tarief is 21%, Omdat de overheid sommige producten niet te duur wil maken, is er ook een laag tarief van 6% en een tarief van 0%. Het hanteren van verschillende tarieven leidt soms tot – in de ogen van een leek – opmerkelijke situaties. Zo valt konijnenvoer onder het 6%-tarief en caviavoer onder het 21%-tarief. Dit komt omdat konijnen worden gezien als levensmiddelen terwijl cavia’s in Nederland niet worden geserveerd.

Sommige leveringen en diensten zijn vrijgesteld van btw. Zo is er een vrijstelling voor de levering van onroerende zaken en een vrijstelling voor medische dienstverlening. Een vrijstelling werkt overigens anders uit dan het 0%-tarief.

Omzetbelasting en de Europese Unie (EU)

De omzetbelasting is bij uitstek een rechtsgebied waarin het EU-recht doorwerkt in de nationale en daarmee ook de Nederlandse rechtsorde. De lidstaten van de EU dienen in hun nationale wetgeving rekening te houden met de Europese Btw-richtlijn. Het Hof van Justitie van de EU vervult een rol bij het aansturen op een richtlijnconforme interpretatie. Dit leidt niet zelden tot aanpassing van nationale wetgeving.

Charles/Charles-Tijmens

Ook Nederland is door het Hof wel eens op de vingers getikt, bijvoorbeeld in de zaak Charles/Charles-Tijmens. Een echtpaar had een vakantiebungalow die zij deels zelf gebruikten (privégebruik) en deels verhuurden (ondernemerschap). Het Nederlandse systeem om reeds bij aanvang slechts ten dele aftrek van btw toe te staan deugde niet. De Wet op de omzetbelasting is daarom aangepast (eerst volledige aftrek, daarna elk jaar een correctie voor privégebruik).

Ook toetst het Hof of landen zich houden aan de algemene beginselen van de EU: het vrij verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal en de vrijheid van vestiging.

Grensoverschrijdende prestaties binnen de EU

Als goederen uit Nederland worden geëxporteerd naar een andere lidstaat, is er sprake van een zogenaamde intracommunautaire transactie (ICT). Dit klinkt ingewikkeld, maar de regels voor ICT’s bepalen in welk land de afdracht van btw moet plaatsvinden. Hoofdregel bij goederen is dat dat de lidstaat van bestemming is. Voor dienstverlening gelden andere regels. Hoofdregel bij dienstverlening is dat ‘Business to Business’-afdracht plaatsvindt in de lidstaat waar de afnemer is gevestigd en bij prestaties aan particulieren de btw moet worden afgedragen in de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd. Er zijn natuurlijk genoeg uitzonderingen.

Wet- en regelgeving omtrent de omzetbelasting

  • Wet op de omzetbelasting 1968;
  • Richtlijn 2006/112/EG (Europese Btw-richtlijn) van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;
  • Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968;
  • Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;
  • Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

Als goederen de EU binnenkomen of verlaten spreken we van in- en uitvoer. Ook hier komt btw om de hoek kijken. Voor uitvoer van goederen geldt een 0%-tarief. Bij in- en uitvoer worden ook andere heffingen opgelegd, zoals accijnzen en invoerrechten. De regelgeving bij in- en uitvoer vormt een apart vakgebied.

Wat biedt Sdu u op het gebied van omzetbelasting?

We tonen u graag een selectie van de vakinformatie op het gebied van de omzetbelasting. Op deze pagina vindt u actuele content die we samen met btw-experts creëren.

Omzetbelasting in de webshop

Naar de webshop

Toegang tot al onze juridische informatie?

    • Neem een dag- of weekabonnement op onze online databank OpMaat
    • Krijg direct toegang tot al onze bronnen en vindt het antwoord op uw zoekvraag
Meer informatie
(- Artikelen)

Uit het archief

Meer artikelen laden