Geen fraus legis bij verkrijging NSW-landgoed


Samenvatting

Erflaatster bezat samen met haar broer en zussen twee landgoederen in de zin van de NSW. Kort voor haar overlijden heeft erflaatster bij overeenkomst van ieder van haar broer en zussen 24/100ste aandeel in het landgoed B gekocht, waarvan ze de koopsom is schuldig gebleven. Op dezelfde dag waarop de levering plaatsvond heeft erflaatster een testament verleden, waarin ze legateert aan haar broer en zussen, alsmede aan hun kinderen tezamen haar aandeel in de landgoederen. Aan haar broer en zussen heeft zij het vruchtgebruik van de hele nalatenschap gelegateerd en tot enige erfgenamen zijn benoemd de kinderen van haar broer en zussen. De inspecteur vindt dat moet worden voorbijgegaan aan de koopovereenkomst en beroept zich op fraus legis.

Rechtbank Haarlem (NTFR 2007/2189) oordeelde dat door de aankoop het landgoed B voor 97/100ste deel uitmaakte van de nalatenschap. De NSW kent bepalingen op grond waarvan het verschuldigde successierecht wegens de verkrijging van een landgoed buiten invordering kan blijven. Het landgoed is al sinds eeuwen in het bezit van de familie en wordt door die familie in stand gehouden. In dit geval is er geen sprake van het besparen van belasting op een zodanige wijze dat men daarmee in strijd komt met doel en strekking van de wet. Het hof is het met de rechtbank eens. De wetgever is zich terdege bewust geweest van de mogelijkheid om kort voor het overlijden een aandeel in de landgoederen te kopen om zo de faciliteit te gebruiken. De wetgever heeft daarbij afgezien van het stellen van een bezitseis aan de erflater. Daarbij maakt het in dit geval niet uit dat erflaatster al een deel van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht