Hof Amsterdam 03-04-2003, KG 2003, 107, JAR 2003, 126


Gelijke behandeling. Pensioen. Schorsing. Voorlopige voorziening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 126.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Haarlem 30-10-2002, KG 2002, 292, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 189). Van de CAO die van toepassing is bij Holland Casino maakt een pensioenregeling deel uit waarin is bepaald dat de pensioengerechtigde leeftijd 62 jaar bedraagt. Aan de werknemers kan de mogelijkheid worden geboden het dienstverband ook na die leeftijd voort te zetten, maar Holland Casino kan hierbij een voorbehoud maken op grond van sociale en/of medische aspecten. De werknemer heeft aangegeven door te willen werken na zijn 62e, maar Holland Casino heeft hierop afwijzend gereageerd. Vanaf 1 november 2002 is de werknemer niet meer ingezet voor zijn werkzaamheden en ontvangt hij een pensioenuitkering. De werknemer heeft in een bodemprocedure een verklaring voor recht gevorderd dat de verplichte pensionering op 62-jarige leeftijd nietig is. Hierop vooruitlopend vordert hij in kort geding tewerkstelling. De kantonrechter heeft zijn vordering afgewezen. Op het hoger beroep van de werknemer overweegt het hof, onder verwijzing naar richtlijn 2000/78/EG, dat moet worden beoordeeld of er een legitiem doel is voor het maken van onderscheid en of het gekozen middel voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk is. Het hof acht de door Holland Casino aangevoerde rechtvaardigingsgronden, te weten dat de vervroegde pensionering noodzakelijk is om de doorstroming van het personeel te bevorderen, om het langdurig ziekteverzuim terug te dringen en om de instroom van werknemers in de WAO te beperken, legitiem. Gebleken is dat slechts een beperkt aantal personeelsleden jaarlijks met pensioen gaat en dat weinig werknemers het bedrijf op andere wijze verlaten. Dat betekent dat slechts sporadisch vacatures ontstaan waardoor werknemers kunnen doorstromen naar promotiefuncties. Vervroegde pensionering bevordert die doorstroming. Verder is niet weersproken dat 50% van de personeelsleden die met pensioen gaan reeds in de WAO zitten. Voldoende aannemelijk is dat dit percentage nog hoger zou zijn bij pensionering op 65-jarige leeftijd. Het hof betwijfelt evenwel of de verplichte pensionering noodzakelijk (proportioneel) is om deze doelstellingen te bereiken. Wellicht kunnen deze ook bereikt worden door een regeling voor vervroegde pensionering op vrijwillige basis. Hierover bestaat echter onvoldoende duidelijkheid. Nu op korte termijn een uitspraak is te verwachten in de bodemprocedure, en onderhavig kort geding zich niet goed leent voor een onderzoek naar alle relevante aspecten van al dan niet gedwongen pensionering, dient naar het oordeel van het hof deze uitspraak afgewacht te worden. Er is onvoldoende grond om Holland Casino te verplichten om de werknemer reeds vooruitlopend op deze uitspraak tot het werk toe te laten.

Terug naar overzicht