Hof Amsterdam 03-04-2003, KG 2003, 137


Voorlopige voorziening. Wederzijds goedvinden.

Een werkgever bevestigt zijn werknemer twee keer dat de arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden. Twee weken na het eindigen van de arbeidsovereenkomst laat de werknemer weten dat er geen sprake is van wederzijds goedvinden en dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. De kantonrechter oordeelt in een voorlopige voorzieningsprocedure dat de vordering in een bodemprocedure niet een zodanige kans van slagen heeft dat het treffen van een voorlopige voorziening is gerechtvaardigd. Het hof is met de kantonrechter van mening dat het niet onwaarschijnlijk is dat de werkgever in een bodemprocedure zal kunnen aantonen dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is geëindigd. Het hof overweegt daartoe dat van een werknemer verwacht mag worden dat wanneer hij het niet eens is met de strekking van de door de werkgever gestuurde brieven, hij direct zal reageren. Zijn verklaring om dit in dit geval niet te doen is niet aannemelijk. Het hof verwerpt het beroep.

Verder lezen
Terug naar overzicht