Hof Amsterdam 08-03-2001, JAR 2001, 66


Uitzendarbeid. Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 66.

Een werkneemster is door de werkgever gedetacheerd bij Spaarbeleg. Tussen partijen is een concurrentiebeding overeengekomen dat de werkneemster verbiedt om binnen een jaar na afloop van het dienstverband in dienst te treden bij een onderneming waarbij of ten behoeve waarvan de werkneemster diensten verricht tijdens de arbeidsovereenkomst. Tussen de werkgever en Spaarbeleg is overeengekomen dat Spaarbeleg niet binnen twee jaar na afloop van een detachering een medewerker van de werkgever in dienst zal nemen. De werkneemster wenst thans in dienst te treden bij Spaarbeleg, aangezien zij daar een betere functie kan krijgen. De werkgever wil hier niet aan meewerken. De president in kort geding heeft de vorderingen van de werkneemster en Spaarbeleg tot schorsing van beide eerdergenoemde bedingen afgewezen. Het hof stelt vast dat de minister bij de behandeling van de WAADI heeft overwogen dat een werknemer op grond van het algemene overeenkomstenrecht beschermd zou kunnen worden tegen een belemmeringverbod als hier aan de orde, maar dat het daarbij kennelijk door de minister bedoelde art. 6:233 BW (onredelijk bezwarend beding in algemene voorwaarden) niet van toepassing is op arbeidsovereenkomsten of uitzendovereenkomsten. Daarom moet de toelaatbaarheid van het tussen partijen overeengekomen beding - wat door het hof overigens niet als een concurrentiebeding wordt aangemerkt, omdat de werkneemster de werkgever geen concurrentie zou aandoen vanuit haar eventuele functie bij Spaarbeleg, maar de werkgever een klant kwijt raakt - getoetst worden aan art. 6:248 BW. Deze toetsing leidt ertoe dat het belang van de werkneemster bij een vrije arbeidskeuze moet prevaleren boven het belang van de werkgever bij het behoud van zijn personeel en klanten in die zin dat een verbod van langer dan zes maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst als onredelijk wordt beschouwd. Als gevolg hiervan kan ook het tussen de werkgever en Spaarbeleg gesloten beding niet worden toegepast, omdat de werkneemster dan immers nog steeds in haar arbeidskeuze belemmerd zou worden. Redelijk zou zijn dat Spaarbeleg hier een vergoeding tegenover stelt. De werkgever heeft een aanbod daartoe echter van de hand gewezen, zodat hij hierop thans geen recht meer kan doen gelden

Terug naar overzicht