Hof Amsterdam 18-04-2002, JAR 2002, 115


Gezagsverhouding. Managementovereenkomst. RDA-/CWI-vergunning.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 115.

De "werknemer" heeft sedert maart 1994 consultancy-werkzaamheden voor de werkgever verricht. Vanaf september 1996 deed hij dat vanuit een BV. Voor deze werkzaamheden declareerde de BV een uurtarief bij de werkgever. In april 1999 is tussen partijen een overeenkomst gesloten (Agreement for the supply of services), waarin de bestaande rechtsverhouding tussen partijen nader is vastgelegd. Bij brief van 28 september 2000 heeft de werkgever aan de BV de overeenkomst opgezegd met ingang van 31 december 2000. De "werknemer" heeft de nietigheid van deze opzegging ingeroepen op grond van het standpunt dat de werkgever de overeenkomst in strijd met het BBA zou hebben opgezegd. De president in kort geding heeft de vordering van de "werknemer" tot doorbetaling van salaris afgewezen. Op het hoger beroep van de "werknemer" en zijn BV overweegt het hof dat de president terecht heeft geoordeeld dat tussen de werkgever en de "werknemer" en zijn BV geen arbeidsverhouding in de zin van het BBA bestaat, enerzijds omdat een rechtspersoon geen werknemer in de zin van het BBA kan zijn, en anderzijds omdat er, gelet op de tekst van de overeenkomst, geen rechtsbetrekking is tussen de werkgever en de "werknemer" in persoon. Het hof ziet niet in waarom aan de "werknemer" niettemin ontslagbescherming zou toekomen. Het wezen van de overeenkomst en de feitelijke uitvoering ervan leveren geen aanknopingspunten op om aan te nemen dat de "werknemer" persoonlijke arbeid in de zin van art. 1 onder b sub 2 BBA voor de werkgever heeft verricht. De "werknemer" heeft zijn arbeid alleen vanuit de BV ter beschikking gesteld en heeft daarvoor als ondernemer BTW gedeclareerd. De BV ontving bovendien voor de werkzaamheden dermate hoge bedragen dat ervan moet worden uitgegaan dat daarin het ondernemersrisico was verdisconteerd. D. heeft verder onvoldoende weersproken dat hij zelf bewust voor de BV-constructie heeft gekozen omdat hij ook ten behoeve van derden wilde kunnen werken. Dat hij dit in de praktijk wellicht niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening.

Terug naar overzicht