Hof Amsterdam 30-05-2002, JAR 2002, 203, JOR 2002, 159


Aansprakelijkheid werkgever (persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder). Faillissement. Pensioen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 203.

Als gevolg van faillissement heeft de vennootschap het pensioen van de werknemer niet afgefinancierd. Deze heeft de bestuurder van de vennootschap persoonlijk aangesproken tot het alsnog voldoen van deze schuld. De rechtbank heeft de vordering van de werknemer afgewezen omdat de werknemer onvoldoende zou hebben aangetoond dat de bestuurder in februari 1995 wist of redelijkerwijs had behoren te weten dat de vennootschap haar verplichting tot affinanciering niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade van de werknemer. Op het hoger beroep van de werknemer overweegt het hof dat blijkens het verslag van de bewindvoerders in de surséance de vennootschap over de jaren 1989 tot en met 1994 een verlies heeft geleden van NLG 1.163.000,-- en dat de directe oorzaak van de surséance de omstandigheid is dat de onderneming geen mogelijkheden zag om op eigen kracht de bedrijfsresultaten te verbeteren. Uit deze omstandigheden leidt het hof af dat reeds in februari 1995, enkele maanden voor de voorlopige surséance van 23 mei 1995, er geen vooruitzicht meer bestond dat de vennootschap haar schuldeisers zou kunnen voldoen en het pensioen van de werknemer zou kunnen affinancieren. Dit geldt temeer nu er reeds sinds 1990 een zeer aanzienlijke pensioenpremie-achterstand was ontstaan. Gelet op deze omstandigheden wist of behoorde de bestuurder in februari 1995 te weten dat hij de verplichting tot affinanciering jegens de werknemer niet zou kunnen nakomen. Verder staat vast dat de bestuurder, in strijd met de PSW, de werknemers niet op de hoogte heeft gesteld van de pensioenpremie-achterstanden en van de opzegging van de collectieve pensioenregeling door de verzekeraar. Ook is de bestuurder zijn wettelijke verplichting tot deponering van de jaarrekeningen over de boekjaren 1990 tot en met 1994 niet nagekomen. Hierdoor was het voor de werknemer niet kenbaar of voldoende pensioenpremie was gestort. Eén en ander rechtvaardigt de conclusie dat de bestuurder een misleidende voorstelling heeft gegeven met betrekking tot de financiële positie van de vennootschap. De bestuurder is daarom persoonlijk aansprakelijk voor de schade van de werknemer en dient aan deze een eenmalige koopsom te vergoeden van NLG 75.912,-- ten behoeve van de affinanciering.

Terug naar overzicht