Hof Amsterdam 31-05-2001, Prg. 2001, 5716


Schorsing. Executiegeschil (dwangsom). Verjaring.

De schorsing van een werknemer (manager technical support, vier jaar in dienst) wordt in kort geding opgeheven op verbeurte van een dwangsom van NLG 10.000,-- per dag. Omdat de werknemer niet in staat wordt gesteld zijn werkzaamheden uit te voeren, vordert hij de verbeurde dwangsommen. De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe, overwegende dat het doel van het kort gedingvonnis opheffing van de schorsing was en de werknemer zoveel mogelijk in de gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden te hervatten met uitzondering van die werkzaamheden die nauwe samenwerking met andere managementteamleden vereisten. De werkgever gaat in hoger beroep. Het Hof stelt vast dat de werkgever in het geheel niet duidelijk heeft gemaakt dat bij de uitvoering van alle werkzaamheden nauwe samenwerking met de andere leden van het managementteam vereist is. Het Hof komt tot de conclusie dat de werkgever de werknemer in het geheel niet die werkzaamheden heeft laten uitvoeren waartoe de werkgever gehouden was. Het bewijsaanbod van de werkgever zal worden gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing. Voor matiging van de dwangsom is volgens het Hof geen reden aangezien de werkgever in het geheel niet heeft voldaan aan het vonnis en bovendien heeft nagelaten informatie te verschaffen over de financiële situatie van zowel de werkgever als de werknemer. Met betrekking tot werkgevers beroep op verjaring zal de werknemer in de gelegenheid worden gesteld stukken over te leggen waaruit blijkt dat de verjaring is gestuit. Het Hof houdt iedere verdere beslissing aan

Verder lezen
Terug naar overzicht