Hof Arnhem 18-04-2000, JAR 2000, 206


Directeur. Ontslag op staande voet. Pensioen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 206.

Een statutair directeur wordt op staande voet ontslagen omdat hij zich eigenmachtig een pensioenvoorziening had toegekend ten laste van de vennootschap. De rechtbank acht geen dringende reden aanwezig omdat, gezien de omstandigheden waaronder de pensioenregeling tot stand was gekomen, er geen sprake was van een bewuste bevoordeling. Het Hof in hoger beroep komt niet toe aan de vraag of er een dringende reden was omdat het Hof, anders dan de rechtbank, het ontslagbesluit vennootschapsrechtelijk vernietigbaar acht wegens strijd met art. 2:227 lid 4 BW. Het ontslagbesluit in de buitengewone vergadering van aandeelhouders is genomen zonder dat de directeur in de gelegenheid is gesteld zijn raadgevende stem in het belang van de vennootschap uit te brengen. Als zodanig kan niet gelden dat de directeur een dag voor de vergadering is gehoord door de enig aandeelhouder, terwijl op dat moment ontslag nog niet aan de orde was. De arbeidsovereenkomst heeft dientengevolge voortgeduurd tot het tijdstip waarop deze voorwaardelijk door de rechter was ontbonden.

Terug naar overzicht