Hof Arnhem 23-12-2003, JAR 2004, 30


Arbeidstijd. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 30.

De werkgever heeft een reisurenregeling vastgesteld die afwijkt van hetgeen daarover in de CAO voor het Bouwbedrijf 2001 is bepaald. FNV Bouw stelt dat het de werkgever niet vrij stond om een afwijkende regeling toe te passen. FNV heeft daarom gevorderd dat de werkgever wordt veroordeeld tot nakoming van de CAO alsmede tot betaling aan schadevergoeding aan FNV Bouw vanwege een verlies aan werfkracht en prestige. De kantonrechter heeft beide vorderingen toegewezen. Het hof stelt vast dat art. 23 lid 7 van de CAO in combinatie met art. 40a een werkgever de ruimte geeft om met de Ondernemingsraad een reisurenregeling overeen te komen die afwijkt van de in de CAO neergelegde regeling. De werkgever heeft gesteld dat deze artikelen betekenen dat, wanneer een werkgever een OR heeft, slechts met instemming van die OR een afwijkende reisurenregeling kan worden getroffen. Wanneer een werkgever geen OR heeft, kan deze werkgever een afwijkende regeling treffen in overleg met het personeel of een personeelsvertegenwoordiging, aldus de werkgever. Het hof verwerpt deze uitleg. De letterlijke tekst van de CAO sluit de uitleg van de werkgever weliswaar niet zonder meer uit, maar uit de tekst van art. 40a van de CAO, waarnaar art. 23 lid 7 uitdrukkelijk verwijst, blijkt dat een afwijkende regeling slechts kan worden getroffen door een onderneming met een OR. Bovendien wordt in dat artikel verwezen naar de WOR, terwijl niets wordt vermeld over de in die wet opgenomen mogelijkheid van een personeelsvergadering bij kleine ondernemingen. Ook om die reden is de uitleg van de werkgever onaannemelijk. Het hof is verder van oordeel dat de door de werkgever getroffen reisurenregeling nietig is vanwege strijd met de CAO. De werkgever heeft niet aangetoond dat zijn regeling gunstiger is dan de CAO-regeling. Tenslotte overweegt het hof dat de kantonrechter de werkgever terecht heeft veroordeeld tot betaling van een vergoeding van immateriële schade aan FNV Bouw, nu deze door niet naleving van de CAO schade heeft geleden bestaande uit verlies van vertrouwen en prestige bij haar leden en de aantasting van haar werfkracht ten aanzien van het aantrekken van nieuwe leden.

Terug naar overzicht