Hof Arnhem 26-09-2000, NJ 2001, 539


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever. Competentie.

Een werknemer komt ten val als hij op een stoel wil gaan zitten die kort daarvoor door een collega is verschoven. De werknemer, die daardoor ernstig letsel heeft opgelopen, stelt dat er sprake is van opzettelijk handelen en vordert van zijn werkgever schadevergoeding primair op grond van art. 6:170 BW (aansprakelijkheid voor ondergeschikten) en subsidiair op grond van art. 6:76 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen). Bij repliek vermeerdert de werknemer zijn eis door zijn vordering mede te baseren op art. 1638z BW (oud), omdat hij meent dat de werkgever tekort geschoten is in zijn zorgplicht. De rechtbank wijst de primaire vordering af en acht het verzet van de werkgever tegen de vermeerdering van eis gegrond ondanks dat dit niet bij akte ter rolle heeft plaatsgevonden. In het hoger beroep van de werknemer oordeelt het Hof dat het een werknemer vrijstaat zijn vermeerdering van eis wederom in hoger beroep te presenteren. Omdat de werkgever zich niet bij akte ter rolle verzet, laat het Hof de vermeerdering toe. De vordering gebaseerd op art. 1638z BW (oud) behoort echter tot de competentie van de kantonrechter. Het Hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank voor zover de primaire vordering is afgewezen en verwijst de zaak ten aanzien van de subsidiaire vordering naar de kantonrechter

Verder lezen
Terug naar overzicht