Hof Leeuwarden 06-10-1999, JAR 1999, 254


CAO. Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 254.

Een schoonmaakbedrijf heeft een contract met de NS met betrekking tot een bepaald schoonmaakproject. De NS gunt als gevolg van heraanbesteding het project aan een ander schoonmaakbedrijf, dat het contract overneemt. Op grond van de CAO voor het schoonmaakbedrijf komen de op het project werkzame werknemers bij de verkrijger in dienst. Beide schoonmaakbedrijven verschillen van mening over de vraag of er sprake is van contractswisseling op grond waarvan de verkrijger van het schoonmaakproject de arbeidsovereenkomst van een bepaalde arbeidsongeschikte werknemer, die eerder de toegang tot het project was ontzegd, diende over te nemen. De president in kort geding is van oordeel dat de verplichting van overname niet gold voor de betreffende werknemer. Het Hof is met de president van oordeel dat hier sprake is van heraanbesteding respectievelijk contractswisseling in de zin van de CAO. Met betrekking tot de vraag of bedoelde werknemer mee is overgegaan, overweegt het Hof dat het bedrijf dat het project verliest weliswaar informatie dient te verstrekken met betrekking tot personeelssterkte, arbeidsvoorwaarden en de duur van het dienstverband, doch dat de feitelijke situatie op de datum van contractswisseling doorslaggevend is. Vast staat dat de betrokken werknemer op 25 mei 1998 de toegang tot het project is ontzegd en dat niet gesteld of gebleken is dat deze maatregel voor 1 juni 1998 (datum contractswisseling) is teruggedraaid. De werknemer behoorde dan ook niet tot de bij het project werkzame personen en behoefde niet te worden overgenomen. Het Hof bekrachtigt het vonnis van de president.

Terug naar overzicht