Hof Nederlandse Antillen en Aruba 07-03-2000, NJ 2000, 425


Ontbindende voorwaarde. Ontbinding gewichtige redenen. RDA-vergunning.

De financieel-economisch directeur van de Centrale Bank Nederlandse Antillen wordt bij landsbesluit met onmiddellijke ingang ontslagen. Het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) ontbindt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk met een vergoeding van NAf 304.160,--. In hoger beroep oordeelt het Hof dat het GEA er terecht van uit is gegaan dat het Reglement arbeidsvoorwaarden directie Bank Nederlandse Antillen van toepassing is, en moet worden geacht te zijn geïncorporeerd in de individuele arbeidsovereenkomst der directeuren. De directeur kan zich niet te goeder trouw beroepen op het niet ontvangen en het niet ondertekenen van het Reglement, zoals voorgeschreven. In tegenstelling tot het GEA ziet het Hof in het Reglement geen ontbindende voorwaarde als bedoeld in HR 13-02-1998 (Arrindell/Port de Plaissance, RvdW 1998, 44, JAR 1998, 72, NJ 1998, 708, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 198). Volgens het Hof dient de bepaling zo te worden gelezen dat een bij landsbesluit door de gouverneur gegeven ontslag moet worden aangemerkt als opzegging van de arbeidsovereenkomst door de bank als werkgever. Een ontslagvergunning was niet vereist omdat de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (het Antilliaans BBA) niet van toepassing is, ook al ligt het ontslagbeleid niet bij de overheid en bezit de bank een grote zelfstandigheid. (Vgl. HR 11-12-1998, Siegel/NOVA, RvdW 1998, 239, JAR 1999, 32, NJ 1999, 494, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 297). Het Hof vernietigt het vonnis van het GEA en wijst de vordering tot buitenwerkingstelling/intrekking van het ontslagbesluit af.

Terug naar overzicht