Hof 's-Gravenhage 01-08-2003, KG 2003, 270, JAR 2003, 213


Arbeidstijd. Ontbinding gewichtige redenen. Ouderschapsverlof. Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 213.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Alphen aan den Rijn 18-03-2003, JAR 2003, 111, hierna). De werkneemster is als productie-/trafficmanager werkzaam in het grafisch bedrijf van de werkgever. De werkneemster werkt 22,5 uur per week, op maandag, dinsdag en woensdag van 9.00 tot 17.00 uur met een half uur pauze. De werkneemster fungeert als intermediair tussen opdrachtgever en aanbieder. Het bedrijf bestaat inclusief de directie uit zes werknemers. De werkneemster heeft de werkgever laten weten ouderschapsverlof te willen opnemen gedurende zes uur per week in de periode van 10 maart 2003 tot en met 10 februari 2004. Zij wil, in verband met de opvang van haar twee kinderen, op maandag en dinsdag tot 14.45 uur werken en op woensdag tot 15.30 uur. De werkgever heeft hier bezwaar tegen. Hij voert aan dat met de werkneemster is afgesproken dat zij parttime kon werken als zij gehele dagen zou werken. Daardoor kan het aantal overdrachtsmomenten beperkt worden en behoeven collega's zo min mogelijk extra belast worden. De kantonrechter heeft de vordering van de werkneemster om op de haar genoemde tijden ouderschapsverlof te kunnen opnemen, toegewezen. De werkgever stelt hoger beroep in en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er een verband tussen de door de werkgever gestelde verandering van omstandigheden, te weten het verstoord zijn geraakt van de arbeidsrelatie en het verzoek van de werkneemster om het recht op ouderschapsverlof geldend te maken. Derhalve handelt de werkgever in strijd met het opzegverbod wegens het willen opnemen van ouderschapsverlof, door ontbinding te vragen. Op het hoger beroep van de werkgever ten aanzien van het mogen opnemen door de werkneemster van ouderschapsverlof op de door haar genoemde tijden, overweegt het hof dat geen sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang dat zich tegen het opnemen van het ouderschapsverlof op genoemde tijden verzet. Niet aannemelijk is dat de belasting voor collega's van de werkneemster groter is wanneer de op te nemen uren worden verdeeld over drie middagen in plaats van dat deze een hele dag betreffen. Het feit dat enige zaken moeten worden overgedragen, is evenmin zwaarwegend. Niet aannemelijk is gemaakt dat de werkneemster, als zij om 15.00 uur stopt met werken, geen klanten meer kan bezoeken en evenmin dat zij minder spoedopdrachten kan behandelen. Tot slot valt niet in te zien waarom niet een nieuwe medewerker kan worden aangetrokken voor één dag per week tijdens het ouderschapsverlof in plaats van gedurende drie dagen per week zoals de werkgever wenst.

Terug naar overzicht