Hof 's-Gravenhage 07-11-2003, JAR 2003, 293


CAO. Pensioen. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 293.

De werkgever houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van personeel op uitzendbasis aan bedrijven in de glastuinbouw. De werkzaamheden van de uitgezonden werknemers bestaan hoofdzakelijk uit het snijden van bloemen en het poten van bloembollen. De werkgever sluit met zijn werknemers overeenkomsten met een daarin opgenomen uitzendbeding. De werkgever heeft jarenlang premies betaald op basis van de fondsen-CAO en de CAO inzake vervroegde uittreding van de agrarische sector alsmede op basis van de Beschikking Bedrijfspensioenfonds voor de landbouw (BPL). De werkgever stelt evenwel dat hij hiertoe niet verplicht is en vordert terugbetaling van de premies. De kantonrechter heeft zijn vorderingen afgewezen. Op het hoger beroep van de werkgever overweegt het hof dat de vraag of het bedrijf van de werkgever onder de fondsen-CAO en de CAO inzake vervroegde uittreding valt, moet worden beantwoord aan de hand van de werkingssfeerbepalingen van die CAO's, die eveneens algemeen verbindend zijn verklaard. De vraag is dan of de werkgever door zijn werknemers uit te lenen aan ondernemingen die onder deze CAO's vallen, arbeid in die ondernemingen doet verrichten. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is. De werkgever stelt werknemers ter beschikking aan inlenende bedrijven en daarmee houdt zijn bemoeienis op. Hij is er niet bij betrokken of en op welke wijze deze werknemers vervolgens in dat bedrijf worden ingeschakeld en het resultaat van het verrichte werk is ook niet van belang voor het bedrijfsresultaat van de werkgever. De betrokkenheid van de werkgever bij de verrichte arbeid is daarmee te gering om te kunnen spreken van "het doen verrichten van arbeid" in een onderneming die valt onder de CAO's. Met betrekking tot het pensioenfonds is het hof van oordeel dat de werkgever niet kan worden aangemerkt als een onderneming in de zin van de verplichtingstelling BPL. De werknemers van de werkgever zijn wel werkzaam in de bedrijfstak waarvoor het pensioenfonds geldt, maar zij doen dit niet "op arbeidsovereenkomst in een onderneming" zoals in de verplichtstelling BPL is bepaald en evenmin kan het bedrijf van de werkgever worden aangemerkt als een loononderneming als bedoeld in de verplichtstelling.

Terug naar overzicht