Hof 's-Gravenhage 14-03-2003, KG 2003, 154


Ontslag op staande voet. Voorlopige voorziening.

Een werknemer van een stadsvervoerbedrijf wordt op staande voet ontslagen omdat hij zonder toestemming motorolie van de werkgever heeft gebruikt voor zijn privé-auto. De werknemer vordert in kort geding doorbetaling van loon. De kantonrechter wijst de vordering af, oordelende dat de enkele overtreding van de regel, dat toestemming moet worden gevraagd voor eigen gebruik van olie van de werkgever, een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. In hoger beroep overweegt het hof dat voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een dringende reden in de zin van art. 7:677 BW, alle omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking moeten worden genomen. Zowel de aard als de ernst van de reden, de aard en de duur van de dienstbetrekking, de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de gevolgen van het ontslag spelen hierbij een rol. De kantonrechter in kort geding dient een besluit te geven op grond van een prognose van de uitkomst in de bodemprocedure. Om een goede prognose te kunnen geven dient de kantonrechter bovengenoemde omstandigheden dan ook mee te wegen. De overweging van de kantonrechter dat hiervoor binnen het kader van het kort geding onvoldoende ruimte is, is dan ook onjuist. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel dan de kantonrechter heeft gegeven. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer leiden er niet toe dat met redelijke mate van zekerheid kan worden gesteld dat de bodemrechter het ontslag op staande voet nietig zal verklaren. De klacht dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, faalt, nu er slechts drie dagen zitten tussen het constateren van het privé-gebruik van de motorolie en het ontslag op staande voet. In die drie dagen is de werknemer gehoord, waarna hij is geschorst, is er intern overleg geweest en juridisch advies ingewonnen. Het is vaste jurisprudentie dat deze omstandigheden geen afbreuk doen aan de onverwijldheid. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Terug naar overzicht