Hof 's-Gravenhage 21-02-2003, NJ 2003, 395


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een volgens de werknemer veel te lage vergoeding. De werknemer gaat in hoger beroep op grond van schending van fundamentele rechtsbeginselen. Volgens de werknemer is er geen eerlijke en onpartijdige behandeling geweest. Dit onder meer omdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ten overstaan van een andere kantonrechter dan die de beschikking heeft gewezen. De kantonrechter heeft bovendien in een andere KPN-zaak zijn mening kenbaar gemaakt over de anciënniteit en de berekening van de ontslagvergoeding en is volgens de werknemer dus niet onbevooroordeeld. Het hof acht de werknemer ontvankelijk in zijn beroep omdat deze is gebaseerd op schending van fundamentele rechtsbeginselen. Met betrekking tot de gestelde bevooroordeeldheid van de kantonrechter overweegt het hof dat het weliswaar wenselijk is dat dezelfde kantonrechter zowel de inhoudelijke behandeling leidt als de beschikking geeft, maar dat geen rechtsregel verbiedt dat een andere kantonrechter de beschikking geeft. Er is dan ook geen sprake van zodanige schending van een fundamenteel rechtsbeginsel dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Dat de kantonrechter die de beschikking heeft gegeven in een andere KPN-zaak zijn mening heeft gegeven over anciënniteit en berekening van de ontslagvergoeding, wil niet zeggen dat hij als vooringenomen moet worden beschouwd. Ook kan niet worden gezegd dat de beschikking zonder nieuwe mondelinge behandeling als een verrassingsbeslissing is aan te merken. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.

Terug naar overzicht