Hof 's-Gravenhage 29-11-2002, JAR 2002, 293


Collectief ontslag. RDA-/CWI-vergunning. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 293.

(Zie voorgeschiedenis Vzngr. Rb. 's-Gravenhage 15-08-2002, KG 2002, 232, JAR 2002, 198, hieronder). De werkgever heeft de CWI verzocht om toestemming voor het ontslag van 109 werknemers, waaronder 104 consultants, vanwege economische en bedrijfsorganisatorische redenen. In zijn ontslagaanvraag heeft de werkgever vermeld dat zijn kernactiviteiten bestaan uit het beschikbaar stellen van ICT-consultants aan klanten om daar werkzaam te zijn. De CWI heeft daarom aangegeven de criteria uit bijlage B bij het ontslagbesluit, welke criteria betrekking hebben op ontslagen in de uitzendsector, te zullen toepassen. De vakbonden hebben gesteld dat bijlage B niet van toepassing is en dat de gebruikelijke regels inzake anciënniteit moeten worden toegepast. De voorzieningenrechter heeft het standpunt van de werkgever en van de CWI onderschreven. De CWI heeft vervolgens in 29 van de resterende 98 gevallen de gevraagde vergunning geweigerd. In acht gevallen was die weigering gebaseerd op het feit dat naar het oordeel van de CWI geen sprake was van een uitzendrelatie. De vakbonden hebben hoger beroep ingesteld tegen het kort geding vonnis. Het hof overweegt dat, nu de CWI reeds een beslissing heeft genomen in de individuele gevallen, het oordeel van het hof alleen nog gevolgen heeft voor de proceskosten. Daartoe moet worden vastgesteld of het standpunt van de CWI, dat bijlage B moest worden toegepast omdat sprake was van uitzendrelaties, juist is. Niet relevant is, aldus het hof, of de werkgever zelf van oordeel is al dan niet een uitzendwerkgever te zijn noch of dit in de arbeidsovereenkomst is vermeld. Ter beoordeling van de juistheid van het standpunt van de CWI moet alleen worden gekeken naar de feitelijke situatie bij de werkgever. In dit verband is relevant, aldus het hof, dat het detacheren van werknemers bij klanten een zodanig groot deel uitmaakt van de activiteiten van de werkgever dat gezegd kan worden dat dit detacheren geschiedt in de uitoefening van het bedrijf van de werkgever. Verder wijst de zinsnede in de overeenkomsten van de werkgever met betrekking tot het terbeschikkingstellen van een consultant, te weten dat de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, erop dat de werkzaamheden worden uitgevoerd onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Eén en ander betekent dat het standpunt van de CWI dat bijlage B van het Ontslagbesluit van toepassing was bij de beoordeling van de ontslagaanvragen voldoende steun vond in de feiten en niet op voorhand al onjuist was. Het hoger beroep moet dan ook worden afgewezen.

Terug naar overzicht