Hof 's-Hertogenbosch 01-02-2001, NJ 2001, 642


Bedrijfsongeval. Bewijs.

(Vervolg op HR 10-12-1999, RvdW 1999, 199, JOL 1999, 177, NJ 2000, 211, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 24). Een verpleegkundige glijdt uit over een injectienaald en breekt haar heup. Zij stelt het ziekenhuis aansprakelijk, omdat in de verbandkar een lade ontbrak, waardoor de injectienaalden niet konden worden opgeborgen, en vordert een schadevergoeding. De kantonrechter wijst de vordering af evenals de rechtbank. De Hoge Raad is in tegenstelling tot de rechtbank van oordeel dat nu de werkneemster schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden het ziekenhuis aansprakelijk is, tenzij het aantoont aan zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW te hebben voldaan of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werkneemster. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het Hof. Het Hof is van oordeel dat het ziekenhuis zijn stelling dat de verbandkar voldeed aan de daaraan te stellen eisen, feitelijk had dienen te onderbouwen en had dienen aan te geven welke instructies aan het verplegend personeel zijn gegeven om de verbandkar zodanig te ordenen dat de injectienaalden veilig konden worden opgeborgen. Door dit niet te doen is het ziekenhuis tekort geschoten in zijn zorgplicht en aansprakelijk voor de schade van de werkneemster. Ook heeft het ziekenhuis onvoldoende aangetoond dat nakoming van de zorgplicht het ongeval niet zou hebben kunnen voorkomen. Het ziekenhuis heeft niet gesteld dat de werkneemster zelf of een ander personeelslid de injectienaald op de grond heeft laten vallen en dat het feit dat die naald op de grond lag niets van doen had met de inrichting van de verbandkar en met de beperkingen die het verplegend personeel daarvan ondervond met betrekking tot het opbergen van de naalden. Ook heeft het ziekenhuis niet gesteld dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werkneemster. Het Hof acht derhalve het ziekenhuis aansprakelijk en wijst de vordering, op te maken bij staat, toe

Terug naar overzicht