Hof 's-Hertogenbosch 06-07-2004, JAR 2004, 187


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 187.

De werknemer is met ingang van 1 januari 1999 bij de werkgever in dienst getreden als managementtrainee. Op 28 augustus 1999 heeft de werknemer deelgenomen aan een door de werkgever georganiseerde bedrijfssportdag. Op 12 mei 2000 is de werknemer arbeidsongeschikt geworden. De arbeidsovereenkomst is op 31 december 2000 van rechtswege geëindigd. De werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat de werkgever aansprakelijk is voor schade als gevolg van een hem tijdens de sportdag overkomen ongeval. De kantonrechter heeft zijn vordering afgewezen. In hoger beroep geeft het hof aan dat het, nu de werkgever betwist dat de werknemer tijdens de bedrijfssportdag een ongeval is overkomen, er veronderstellenderwijs van uit zal gaan dat de werknemer een ongeval is overkomen en zal onderzoeken of de werkgever hiervoor op grond van art. 7:658 BW dan wel art. 7:611 BW dan wel art. 6:162 BW aansprakelijk is. Met betrekking tot art. 7:658 BW oordeelt het hof in dit verband dat, nu de sportdag buiten de normale werktijd (namelijk op zaterdag) plaatsvond, buiten het kantoor om was georganiseerd, niet verplicht was en door een groot aantal werknemers ook niet is bezocht, dit artikel niet van toepassing is. Aan de voorwaarden daarvoor – het hebben van zeggenschap over de werkplek en van de bevoegdheid om aanwijzingen te geven omtrent de wijze van uitoefening van de werkzaamheden – is niet voldaan. Het feit dat de werknemer zich vanuit zijn functie verplicht voelde aan de sportdag deel te nemen, leidt niet tot een ander oordeel. Voor aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW is slechts ruimte in bijzondere omstandigheden. Dergelijke omstandigheden doen zich hier niet voor, met name niet nu de werknemer niet verplicht was deel te nemen aan de sportdag en hij bovendien had kunnen afzien van deelname aan het programmaonderdeel waarbij hij, naar zijn zeggen, letsel heeft opgelopen, namelijk het op de buik van een zeephellingsbaan afglijden en het daarbij met het hoofd omstoten van oranje pionnen. De werkgever is ook niet op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk, nu de werknemer daartoe te weinig heeft gesteld. Met name heeft de werknemer niet gesteld dat de werkgever tijdens de bedrijfssportdag bepaalde veiligheidsnormen heeft overschreden. Daarbij komt dat in sport- en spelsituaties een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt.

Terug naar overzicht